62
Basisbewerkingen

62.1 Schaven, frezen en schuren

Het hout voor kozijnen, ramen en (hef)schuifdeuren en of andere onderdelen (w.o. glas- en neuslatten)moet zodanig worden geschaafd, gefreesd of geschuurd ( indien nodig gerepareerd of geëgaliseerd) dat het gehele oppervlak glad is om een gesloten verflaag aan te brengen. Machineslag mag op in het zicht komende vlakken niet zichtbaar zijn.

62.2 Afschuiningen, afrondingen en schuine kantjes

Alle in het zicht komende vrije uitwendige hoeken van kozijnen, ramen en (hef)schuifdeuren en/of andere onderdelen(w.o. glaslatten), die aan het buitenklimaat worden blootgesteld, moeten worden voorzien van ronde kantjes met een straal ≥ 3 mm. De bovenzijde van onder- en tussendorpels van kozijnen aan de buitenzijde altijd met een straal ≥ 4 mm.

De besloten uitwendige hoeken (in sponningen) moeten worden voorzien van schuine kantjes of ronde kantjes met een straal ≥ 1,5 mm.
De ontmoetingen tussen stijlen en dorpels (verbindingen) moeten zijn voorzien van ronde kantjes met een straal ≥ 1,5 mm.

KVT Index