61.1 Algemeen
De profielafmetingen voor kozijnen zijn:
- 67 x 90 mm en 85/90 x 90 mm;
- 67 x 102 mm en 85/90 x 102 mm;
- 67 x 114 mm en 85/90 x 114 mm;
- 67 x 139 mm en 85/90 x 139 mm.
De minimale profielafmetingen voor ramen zijn:
- 54 x 78 mm;
- 54 x 90 mm;
- 54 x 102 mm;
- 56 x 114 mm ((hef)schuifdeuren);
- 56 x 139 mm ((hef)schuifdeuren;
- 66 x 78 mm;
- 66 x 90 mm;
- 66 x 102 mm;
- 66 x 114 mm;
- 66 x 139 mm;
- 78 x 78 mm;
- 78 x 90 mm;
- 78 x 102 mm.
De timmerfabrikant bepaalt in overleg met de opdrachtgever de houtafmetingen. Deze zijn afhankelijk van de toepassing en zijn productieprogramma.
De in dit katern beschreven profielafmetingen en sponningmaten zijn nadrukkelijk als minimummaten bedoeld. Overschrijding en onderschrijding is toegestaan, mits bij de aansluitende constructieonderdelen er rekening mee wordt gehouden en de plaatsing van verbindingstechnieken, hang- en sluitwerk e.d. niet in het gedrang komt. Daarnaast dienen constructieve afwijkingen op basis van berekeningen onderbouwd te worden. Het maximale verschil in breedte tussen stijlen en dorpels mag niet meer dan 25 mm bedragen.
61.2 Houtafmetingen van buitenkozijnen
De houtafmetingen van de kantstijlen, boven- en onderdorpel is vooral afhankelijk van de gewenste detaillering, verbindingstechniek, de muuraansluiting en het te plaatsen hang- en sluitwerk.
De maximale overspanningen van tussenstijlen of -dorpels zijn afhankelijk van:
- kozijnprofiel en de doorsnede afmeting;
- sterkteklasse van het hout;
- gewicht van het glaspakket:
- vakbreedte bij een tussenstijl of de vakhoogte bij een tussendorpel;
- gebouwhoogte;
- windgebied (I, II of III);
- omgevingsgebied (bebouwd, onbebouwd, zee).
De toelaatbare overspanningen kunnen per kozijnprofiel worden afgelezen uit de tabellen van katern 30.
61.3 Maximale afmetingen van bewegende delen (ramen en (hef)schuifdeuren)
De maximale afmetingen van bewegende delen zijn afhankelijk van:
- type bewegende deel, stomp of opdek en de doorsnede afmeting;
- sterkteklasse van het hout;
- gewicht van het glaspakket:
- breedte van het bewegende deel;
- gebouwhoogte;
- windgebied (I, II of III);
- omgevingsgebied (bebouwd, onbebouwd, zee).
De maximale afmetingen van bewegende delen kunnen voor een toepassing worden afgelezen in de bijlagen van katern 20 en 24.
De minimale dikte van het bewegende deel wordt bepaald door:
- het maat van sponning achterhout;
- de sponningbreedte;
- de dikte van het cellenband/profielen, afhankelijk van het beglazingssysteem;
- de dikte van de ruit;
- de minimale oplegging van de glaslat, zie katern 12.