75.1 Algemeen
De timmerfabrikant is verplicht een systeem voor interne kwaliteitsbewaking (IKB) te hanteren. Hierin dienen minimaal de volgende onderdelen te zijn opgenomen en schriftelijk te zijn vastgelegd:
- een ingangscontrole op de grondstoffen, halfproducten, etc.;
- werkplekinstructies;
- controle op de verbindingen;
- controle op de verf(lagen);
- controle op het eindproduct;
- meetapparatuur;
- de controle op de meetapparatuur;
- klachtenregistratie.
Van de keuringen en beproevingen, zoals omschreven in het IKB schema dient een registratie te worden bijgehouden. Geregistreerde gegevens dienen ten minste 10 jaar te worden bewaard.
De schriftelijk vastgelegde procedures voor de keuring en de beproeving moeten vóór de uitgifte worden beoordeeld en goedgekeurd op geschiktheid en doelmatigheid. De beheersing van documenten moet bewerkstelligen, dat alleen geldige documenten bij de keuring en beproeving beschikbaar zijn.
75.2 Ingangscontrole
De ingangscontrole van grondstoffen, halfproducten, etc. en de juiste behandeling van de toegepaste materialen moeten worden beoordeeld op basis van de in de katernen 31 tot en met 45 gestelde eisen. De ontvangen goederen moeten volgens het IKB schema gecontroleerd worden.
75.3 Werkinstructies
De volledigheid en nauwkeurigheid van de bewerkingen, alsmede de passingen en aansluitingen dienen te worden beoordeeld op grond van de in katernen 61 en 62 voorgeschreven uitvoering en daarbij genoemde eisen aan de bewerkingen en op de in katern 63 genoemde maatafwijkingen. Breedte- en diktematen, sponningmaten e.d. worden gemeten met een schuifmaat. De hoofdmaten van een kozijn worden gemeten met stalen meetgereedschap met millimeterverdeling.
Producten of onderdelen van producten waarvan tijdens het productieproces blijkt dat zij niet aan de eisen voldoen moeten als zodanig herkenbaar zijn. Zo nodig moeten corrigerende maatregelen worden genomen.
75.4 Controle op de verbindingen
De timmerfabrikant dient op basis van onderstaand schema aan te tonen dat de verbinding voldoet aan de eisen zoals vermeld in de SKH-publicatie 10-02. De resultaten van de beproeving dienen te worden geregistreerd. De wijze van uitvoering van de beproeving en de beoordeling moet in zijn IKB zijn vastgelegd. Tevens dienen de proefstukken bij de eerstvolgende reguliere inspectie van de certificatie-instelling aan de desbetreffende inspecteur te worden voorgelegd. De certificatie-instelling zal de proefstukken vergelijken met de registraties en zo nodig corrigerende maatregelen eisen.
| Aantal geproduceerde kozijnen per jaar | Aantal proeven per jaar |
| ≤ 500 stuks | 2 x (elke 6 maanden) |
| 501 t/m 2500 stuks | 4 x (elke 3 maanden) |
| 2501 t/m 5000 stuks | 8 x (elke 6 of 7 weken) |
| ≥ 5001 stuks | 12 x (elke maand) |
De controle van de verbindingen dient plaats te vinden volgens SKH-publicatie 10-02.
75.5 Controles op de verf(lagen)
Om aantoonbaar te kunnen maken dat het laksysteem voldoet aan de daaraan gestelde eisen, zullen de onderstaande controles minimaal geïmplementeerd moeten worden in het interne kwaliteitsbewakingssysteem.
75.5.1 Houdbaarheidsdatum verf
Ongeopende verpakkingen
- De houdbaarheid staat vermeld in het technisch datablad van de verfleverancier
- Het betreft het aantal maanden na productiedatum dan wel de datum waarop de verf op kleur is gemaakt. Deze datum staat vermeld op de verpakking
- De houdbaarheidstermijn kan per verfleverancier verschillen
Geopende verpakkingen
- Opslag van restanten onder de voorgeschreven opslagcondities door de verfleverancier. Deze staan vermeld in de technische documentatie van deze leverancier;
- Opslag van restanten in goed gesloten originele verpakking;
- Restanten mogen geen verontreinigen (houtstof, schuurstof etc.) bevatten;
- Restanten mogen geen spoelwater bevatten van reiniging van de spuitapparatuur;
- Mogen geen restanten bevatten afkomstig van het leegspuiten van de spuitapparatuur;
- Er mag geen sprake zijn van bacteriële besmetting (herkenbaar aan rottende geur).
75.5.2 Controle natte laagdikte
De natte laagdikte dient gemeten te worden met een meetkam (roestvaststalen uitvoering).
- In axiale (lengte) richting van het hout;
- Op 5 willekeurige plaatsen, ten minste;
- 1 meting aan de buitenzichtzijde;
- 1 meting in de glassponning van een stijl bij de onderdorpel
- 1 meting in de glassponning van een onderdorpel. - Meting uitvoeren tussen 1 en 4 minuten na het aanbrengen van de verflaag;
- Minimaal 5 maal verspreid over de dag en bij elke verfwisseling.
75.5.3 Controle droge laagdikte
De droge laagdikte dient gemeten te worden met een apparaat waarin zowel een beiteltje/boortje en een loep zijn gecombineerd of met een coupesteker in combinatie met een microscoop.
- Op 5 verschillende plaatsen, ten minste;
- 1 meting aan de buitenzichtzijde;
- 1 meting in de glassponning van een stijl bij de onderdorpel;
- 1 meting in de glassponning van een onderdorpel. - De meting uitvoeren na de kritische droogtermijn;
- Minimaal 1 maal per week.
Op basis van het rekenkundig gemiddelde van ten minste 5 metingen wordt de droge laagdikte vastgesteld. Bij metingen voor het vaststellen van de droge laagdikte wordt het volgende in acht genomen:
- metingen worden uitgevoerd met een verflaagdiktemater (in twijfelgevallen of bij arbitrage worden monsters microscopisch onderzocht);
- de meetplekken worden willekeurig gekozen, maar de serie van 5 dient overeen te komen met bovenstaande;
- de laagdikte wordt gemeten vanaf het houtoppervlak (zonder de in het hout gedrongen verf).
Voor het vaststellen van de gemiddelde waarden gelden de volgende criteria:
- maximaal 5% van de gemeten waarden mag kleiner zijn dan de vereiste droge laagdikte;
- tot een aantal van 10 metingen (doch minimaal 5 metingen) mag de waarde van de laagste meting niet minder bedragen dan 80% van de vereiste laagdikte.
75.5.4 Controle gesloten verflaag
De gesloten verflaag dient gecontroleerd te worden volgens SKH-publicatie 06-02 met een loep, minimale vergroting 10 maal, met verlichting.
- Minimaal 5 maal per week.
- Extra aandacht voor grofporige houtsoorten.
75.5.5 Controle verfhechting na kritische droging
De verfhechting na kritische droging dient gecontroleerd te worden volgens SKH-publicatie 05-01 met een kruissnede-mal, een mesje en tape.
- Op een separaat monster (plankje) dat met het proces mee loopt.
- Frequentie afhankelijk van aantal geproduceerde kozijnen/ramen per jaar, zie tabel 1.
Tabel 1 Aantal controles van de verfhechting na kritische droging:
| Aantal geproduceerde kozijnen/ramen per jaar | Aantal proeven per jaar |
| ≤ 500 stuks | 2 x (elke 6 maanden) |
| 501 t/m 2500 stuks | 4 x (elke 3 maanden) |
| 2501 t/m 5000 stuks | 8 x (elke 6 of 7 weken) |
| ≥ 5001 stuks | 12 x (elke maand) |
De timmerfabriek noteert hierbij het projectnummer van het werk waarmee het separate monster heeft meegelopen door de spuiterij. Tevens dient het chargenummer van de gebruikte verf geregistreerd te worden.
75.5.6 Handreiking verfterugwinning (kritische zaken)
- Condenswand
De viscositeit van het teruggewonnen product kan lager zijn door opgenomen condenswater waardoor de mengverhouding tussen vers product en teruggewonnen product kritisch is. - Recycling zuil
De zuil mag niet continu afgeschraapt worden om aandrogen van verf te voorkomen. - Recycling band
De band moet altijd draaien en afgerakeld worden. - Flowcoater
De teruglekbak/goot moet enkele malen per dag bevochtigd of schoongemaakt worden zodat de verf niet ingedroogd in de flowcoater terecht komt.
De opgevangen verf dient altijd met verse verf gemengd te worden in samenwerking met de verfleverancier bepaald. Het gebruik van gerecyclede verf is niet toegestaan in de laatste laag op het geveltimmerwerk.
75.6 Controle op het eindproduct
Het gerede product moet worden gecontroleerd op compleetheid, onvolkomendheden, het goed functioneren van beweegbare delen en het hang- en sluitwerk. Dit geldt ook voor de juiste afmetingen van hang- en sluitnaden, volgens katern 20.
75.7 Meetapparatuur
Ten behoeve van de controle van half- of eindproducten dient geschikte (meet-) apparatuur aanwezig te zijn. De timmerfabrikant dient te beschikken over de volgende apparatuur:
Met betrekking tot hout:
- apparatuur voor het bepalen van het vochtgehalte van het hout met instellingsmogelijkheden voor temperatuurcorrectie en houtsoort;
- indien van toepassing apparatuur ter controle van de volumieke massa.
Met betrekking tot de verbindingen:
- apparatuur om de geslotenheid van de verbinding vast te stellen, zoals genoemd in SKH-publicatie 10-02.
Met betrekking tot verf en lijm:
- apparatuur om de natte laagdikte van de verf te meten;
- apparatuur om de droge laagdikte van de verf te meten;
- indien van toepassing apparatuur voor de bepaling van de viscositeit van verf en lijm (bijvoorbeeld een DIN-cup);
- apparatuur om de verfhechting te meten;
- apparatuur om een gesloten verflaag te kunnen beoordelen.
Met betrekking tot de controle van afmetingen:
- meetgereedschap, bijvoorbeeld een rolbandmaat, voor het vaststellen respectievelijk controleren van afmetingen met een nauwkeurigheid niet kleiner dan 1 mm, zoals lengten van stijlen en dorpels;
- meetgereedschap voor het vaststellen respectievelijk controleren van afmetingen met een nauwkeurigheid kleiner dan 1 mm, zoals profielmaten (bijvoorbeeld een schuifmaat met een uitleesnauwkeurigheid van 0,05 mm);
- meetgereedschap voor het meten van afrondingen en voor het controleren van de passing van een verbinding (bijvoorbeeld een voelermaat);
- meetgereedschap voor het vaststellen respectievelijk controleren van de haaksheid, kromming, scheluwte e.d. (bijvoorbeeld een winkelhaak, reilat e.d.);
- indien van toepassing kalibers voor het meten van de nauwkeurigheid van de deuvelgaten.
75.8 Controle op de meetapparatuur (kalibratie)
Keuringsmiddelen, meetmiddelen en beproevingsapparatuur moeten tenminste jaarlijks gekalibreerd worden. Hiervan moet een registratie worden bijgehouden.
75.9 Klachtenregistratie
De timmerfabrikant dient aantoonbaar te beschikken over een klachtenregistratie en de behandeling hiervan met betrekking tot het product en de toepassing ervan. Per klacht dient te worden geregistreerd hoe de klacht is geanalyseerd en afgehandeld en eventueel gevolgd door passende corrigerende maatregelen.