73
Montage in de bouw

73.1 Algemeen

De montage van gevelelementen is te onderscheiden in het stellen van kozijnen, het bevestigen en het treffen van beschermingsmaatregelen.

Voor zover niet hieronder aangegeven moet de montage plaatsvinden overeenkomstig BRL 0801, respectievelijk het KOMO®-attest en een KOMO® Kwaliteitsverklaring. De kozijnen moeten worden behandeld en beschermd overeenkomstig de meegeleverde verwerkingsvoorschriften (katern 81). In verband met de gewichten van de gevelelementen dient bij montage rekening te worden gehouden met de arbo-bepalingen.

73.2 Stellen

Zijn de kozijnen voorzien van een verfsysteem conform de Concepten I en II, dan mogen er alleen en beperkt draadnagels worden aangebracht ten behoeve van het stellen. Na verwijdering van de draadnagels de beschadigingen direct repareren en het verfsysteem herstellen. In kozijnen conform Concept III en IV mogen geen draadnagels worden aangebracht ten behoeve van het stellen. Stelhout mag niet leiden tot capillairvorming.

73.3 Bevestigen

Elementen mogen niet zodanig worden bevestigd, dat hierdoor de kwaliteit negatief wordt beïnvloed. De uitvoering en het aantal bevestigingsmiddelen moet daarop zijn afgestemd, zoals aangegeven in katern 11.

73.4 Beschermen

Na het stellen moet worden gezorgd voor een goede bescherming.
Tot de beschermende maatregelen behoren:

  • op de bouwplaats aanbrengen van beschermende maatregelen bij Concept I en II kozijnen. De aangebrachte voorzieningen zo laat mogelijk verwijderen;
  • het zo spoedig mogelijk aanbrengen van vakvullingen, zoals draaiende delen, glas e.d.;
  • het bevestigen van steigeronderdelen aan geveltimmerwerk e.d. is niet toegestaan;
  • het voorkomen van vervuiling van sponningen en van het hang- en sluitwerk;
  • het direct herstellen van beschadigingen van grond- of afwerksysteem, van het hout en van de diverse onderdelen of halfproducten;
  • het beglazen overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften (zie katern 12);
  • het zorgvuldig uitnemen van tijdelijk aangebrachte materialen of halfproducten (zoals bijvoorbeeld ventilatieroosters) en deze op een goede wijze monteren;
  • de Concept III en IV kozijnen, verwerkt in binnenspouwbladen, zodanig beschermen dat geen water tussen de kozijnen en binnenspouwbladen kan komen. (De binnenspouwbladen plaatsen volgens de verwerkingsvoorschriften van de timmerfabrikant).

De opslagperiode op de bouwplaats dient zo kort mogelijk zijn.

KVT Index