71
Transport, opslag en verwerking in en bij de timmerfabriek

71.1 Algemeen

Om geveltimmerwerk tijdens het transport, de opslag en de verwerking te beschermen dienen een aantal maatregelen worden genomen, die hierna zijn gespecificeerd.

Deze maatregelen zijn erop gericht de bij de fabricage verkregen eigenschappen te behouden en er voor te zorgen, dat het bij de fabricage verkregen houtvochtgehalte niet noemenswaardig ongunstig door klimatologische omstandigheden wordt beïnvloed.

71.2 Tijdelijke voorzieningen

Indien er kans bestaat dat geveltimmerwerk tijdens het transport en de opslag kan vervormen of wordt beschadigd, dan moeten aanvullende beschermmaatregelen worden genomen.

Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van koppellatten, schoren, beschermlatten, enz. Deze mogen het grondverf/voorlak systeem niet beschadigen. Deze moeten aan de muurzijde op de spouwlatten worden bevestigd.

De belangrijkste tijdelijke voorzieningen zijn:

  • het schoren en verstijven van kozijnen, met name stelkozijnen, ter voorkoming van schranken en "doormetselen";
  • het vastzetten van afgehangen ramen en/of andere beweegbare delen, zodanig dat geen beschadiging van onderdelen ontstaat.

Naast deze tijdelijke voorzieningen moeten Concept III en IV kozijnen vanuit de fabriek worden voorzien van beschermingsmiddelen welke de (ruw)bouwfase (onder “normale” omstandigheden) kan weerstaan.

Deze beschermingen dienen ter voorkoming van beschadiging en vervuiling.

Deze in de timmerfabriek aangebrachte beschermingsmiddelen moeten op een correcte wijze gehandhaafd blijven tijdens transport en opslag/verwerking op de bouw en mogen pas vlak voor de vervolghandelingen worden verwijderd. De afnemer moet hierop worden gewezen.

Bij Concept I en II moet in samenspraak met de opdrachtgever afgesproken worden wie verantwoordelijk is voor het treffen van beschermende maatregelen.

Bij het pakketteren moeten de elementen zodanig worden bevestigd dat tussen de elementen een vrije ruimte van ten minste 5 mm ontstaat. Deze vrije ruimte is noodzakelijk om beschadiging en capillairen te voorkomen. Deze vrije ruimte moet worden geborgd.

71.3 Transport en opslag

Het transport en de opslag van gereed timmerwerk moet op verantwoorde wijze geschieden. Bij opslag dienen sponningen (stijlen/dorpels) afwaterend te zijn. Omgezet lood bij onderdorpels mag niet tot capillairen leiden.

Voor (tijdelijke)hijsvoorzieningen is de SKH publicatie 02-06 “Hijsvoorzieningen” van toepassing.

Zo lang het geveltimmerwerk nog niet van het voor de aflevering vereiste grondverfsysteem is voorzien, moet opslag binnen in een droge ruimte plaatsvinden. Deze ruimte moet zodanig geconditioneerd zijn dat het voorgeschreven vochtgehalte gehandhaafd blijft.

Het geveltimmerwerk dat beschermd is met een grondverf/voorlak/aflak systeem mag buiten overdekt worden opgeslagen mits dit plaatsvindt op een verharde ondergrond. De onderkant van de elementen moet vrij zijn van de ondergrond, zodat geen contact mogelijk is met water (circa 100 mm vrij van de ondergrond). Bij plaatsing op een onverharde ondergrond moet de onderkant circa 300 mm vrij van het maaiveld blijven.

Voorts moet het geveltimmerwerk zijdelings tegen zon, regen- of sneeuwval worden beschermd. Indien dit geveltimmerwerk onder afdekzeilen wordt opgeslagen, geldt als aanvullende voorwaarde dat tussen de afdekzeilen en het geveltimmerwerk een zodanige ruimte aanwezig moet zijn, dat natuurlijke droging van het geveltimmerwerk mogelijk is.

KVT Index