18.5.1 Algemeen
Onder normale omstandigheden dienen, volgens het Bbl gevelelementen en de aansluiting op het bouwkundig kader wind- en waterdicht te zijn. Dit betekent, voor genoemde situaties, geen lekkage bij vakvullingen als glas, ramen, (hef)schuifdeuren, panelen en de aansluiting op het bouwkundig kader (binnenspouwblad).
NB: In de praktijk kan het voorkomen dat de “normatief geldende” omstandigheden gedurende korte of langere tijd, soms wel met factor 2 of meer, worden overschreden. De eisen uit het Bbl zijn niet gebaseerd op de onder alle omstandigheden voorkomende pieken (korte overschrijdingen), terwijl dit vaak wel de verwachting van de gebruiker is. Tijdens deze overschrijdingen kunnen lekkages ontstaan. De omschrijving wind- en waterdicht voor gevelelementen heeft betrekking op de gemiddeld geldende windsterkte in het bepaalde gebied:
- 100-150 Pa: geschikt voor normale omstandigheden, hoogte tot 3 - 11 meter, met kans op mogelijke lekkage onder zwaardere weersomstandigheden (windstoten);
- 350-450 Pa: geschikt voor grotere hoogtes, meer geschikt voor zwaardere en extremere weersomstandigheden, met kans op mogelijke lekkage onder zeer extreme omstandigheden;
- b.v. 650 Pa: geschikt voor windgebied I, tot grote hoogtes en geschikt voor extreme omstandigheden.
18.5.2 Toetsingsdruk luchtdoorlatendheid en waterdichtheid
Tabel 2 van NEN 2778 vermeldt de toetsingsdruk in Pa. De toetsingsdruk is afhankelijk van de hoogte van de dakrand boven het maaiveld, het windgebied en de terreincategorieën (kust, onbebouwd en bebouwd). Tabel 2 van NEN 2778 is opgenomen in bijlage 2.
18.5.3 Waterdichtheid
In bijlage 3 zijn de toetsingsdrukken opgenomen waarbij de verschillende elementen, bepaald overeenkomstig NEN-EN 1027, waterdicht zijn.
18.5.4 Luchtdoorlatenheid
In bijlage 3 zijn de toetsingsdrukken opgenomen waarbij de verschillende elementen, bepaald overeenkomstig NEN-EN 1026, voldoen aan de onderstaande eisen:
- ten hoogste 0,5 m³/h per m¹ naad (aansluitings- en beglazingsvoegen = spouwlat op binnenblad, roosters, panelen) en/of
- ten hoogte 9,0 m³/h per m¹ kier (hang- en sluitnaden) bedragen en/of
- geen grotere plaatselijke bijdrage aan de luchtvolumestroom van ten hoogste 1,8 m³/h, teneinde (plaatselijke) tochtverschijnselen te voorkomen.