18.3.1 Profielvorm en –afmetingen
Er is uitgegaan van 8 verschillende typen kozijnprofielen, zie tekening 18.3.
Tekening 18.3: Verschillende typen kozijnprofielen
De 8 verschillende kozijnprofielen kunnen worden uitgevoerd in acht verschillende afmetingen van de doorsnede:
- 67 x 90 mm
- 67 x 102 mm
- 67 x 114 mm
- 67 x 139 mm
- 90 x 90 mm
- 90 x 102 mm
- 90 x 114 mm
- 90 x 139 mm
Als een toe te passen kozijnprofiel niet exact overeenkomt met een van deze typen dient altijd de overspanning aangehouden te worden van een kozijnprofiel met een grotere sponning.
In de uitvoering met een dikte van 67 mm zijn de kozijnprofielen type C en D niet mogelijk. Door de aanwezigheid van de sponningen is er onvoldoende hout om een goede verbinding overeenkomstig katern 15 tot stand te brengen. Deze zijn dan ook niet getekend/berekend.
18.3.2 Gemiddelde vakbreedte
De "gemiddelde vakbreedte" is de som van de halve vakbreedte links van de tussenstijl, de dikte van de tussenstijl en de halve vakbreedte rechts van de tussenstijl. De "gemiddelde vakhoogte" is de som van de halve vakhoogte onder van de tussendorpel, de dikte van de tussendorpel en de halve vakhoogte boven de tussendorpel.
De lengte van stijl of dorpel is gelijk aan de dagmaat van het kozijn.
De uitkomsten van de berekeningen zijn opgenomen in katern 30. Bij de berekeningen is uitgegaan van standaard vakbreedtes vanaf 400 mm t/m 2000 mm, oplopend met 200 mm.
18.3.2.1 Gebruik van de tabellen voor het bepalen van de lengte van tussen stijlen en/of tussendorpels
Voor het gebruik van de tabellen voor het bepalen van de lengte van tussen stijlen en/of tussendorpels kan direct gebruik gemaakt worden van de waarden voor de windbelasting uit tabel NB.4 uit de Nationale Bijlage van NEN-EN 1991-1-4. Zie bijlage 1.
De windvormfactoren, veiligheidscoëfficiënten en modificatiefactoren zijn meegenomen in de berekeningen. Hiervoor kan als volgt te werk worden gegaan:
De in rekening te brengen winddruk dient vastgesteld te worden volgen tabel NB.4 van de Nationale bijlage bij NEN-EN 1991-1-4. Vervolgens wordt gekozen voor een van de volgende windbelastingen die het dichts komen bij de waarde uit de tabel NB.4:
| 0,48 | 0,60 | 0,70 | 0,80 | 0,90 | 1,00 | 1,20 | 1,40 | 1,60 | 1,80 | 2,00 | 2,20 | 2,40 | 2,65 |
Tussenwaarden kunnen door rechtlijnig te interpoleren worden bepaald.