11.10
Aanvullende voorwaarden tekeningen

11.10.1 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.01 Bijzondere kozijnaansluitingen en details

Aanvullende voorwaarden:

  • Houtsoorten uit duurzaamheidsklasse 1 en 2.
  • Een verbinding tussen twee kozijnonderdelen bestaat uit een ontmoeting van kops- met langshout. Een verbinding tussen twee onderdelen waarbij de ontmoeting bestaat uit alleen kopshout (verstek) is niet toegestaan.
  • Kozijnen tenminste voorzien van een voorlaksysteem.
  • Uitvoerbaar in binnen-, buitenbeglazing en naar buitendraaiende ramen, afhankelijk van situatie.
  • Maximaal 2 onderdelen per ontmoeting (stijlen – dorpels).
  • Ontmoetingen stijlen-dorpels onder een minimale hoek van 30° en een maximale hoek van 120°.
  • Bij binnenbeglazing onder- en tussendorpels een horizontaal deel van minimaal 100 mm bij hoeken ≤ 90 en 200 mm bij hoeken > 90°.
  • Afhankelijk van situatie, meer beluchtingsmogelijkheden op kritische punten.
  • Schuine onderdorpel bij naar buitendraaiende ramen, let op problemen met draaien.

 

11.10.2 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.02 Kozijn achter buitenblad/metselwerk

Aanvullende voorwaarden:

  • Houtsoorten uit de duurzaamheidsklasse 1 of 2.
  • Kozijnen ten minste voorzien van een voorlaksysteem.
  • Kozijnen 8-10 mm vrij van metselwerk.
  • Ruimte tussen buitenspouwblad en kozijn moet vrij zijn van speciebaarden en/of andere materialen.
  • Optioneel; 8-10 mm ter plaatse van spouwlat dichtzetten met weerbestendig strip.
  • Bouwkundige aansluiting bovendorpel en onderdorpel zodanig dat openingen niet groter dan 8-10 mm worden.
  • Bij het dichtzetten van de ruimte tussen metselwerk en kozijnstijlen (alternatief) letten op het “dakpansgewijs” aanbrengen van de waterdichte/waterwerende lagen.
  • Aanvullende verwerkingsvoorschriften, per project met projectvermelding, waarin bovengenoemde voorwaarden zijn opgenomen worden schriftelijk aan de opdrachtgever overgedragen.

11.10.3 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.03 Ronde kozijnen

Aanvullende voorwaarden:

  • Houtsoorten uit de duurzaamheidsklasse 1 of 2.
  • Kozijnen ten minste voorzien van een voorlaksysteem.
  • Uitsluitend binnenbeglazing.
  • Beglazingssysteem zeer goed belucht uitvoeren (minimaal 300 mm²), minimaal 3 beluchtingsopeningen waarvan 1 op het laagste punt.
  • Beluchting naar buitenzijde of spouw.
  • Voor het realiseren van de waterdichting bij de aansluitingen dient gebruik te worden gemaakt van waterdichte/waterwerende lagen. Ook bij ronde kozijnen dienen de overlappingen “dakpansgewijs” uitgevoerd te worden.

11.10.4 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.04 Horizontale rekwerken op en/of onder kozijn

Aanvullende voorwaarden:

  • Rekwerken uitgevoerd volgens deze aanvullende voorwaarden en detailleringen vallen onder de BRL 0801 (Houten gevelelementen) Indien daarbuiten (de som van alle rekwerken samen mag niet meer dan 2 m² bedragen) is de BRL 1001 (Houten binnenspouwbladen) van toepassing.
  • De bovendorpel van het KVT kozijn dient in dit geval gezien te worden als tussendorpel. Hiervoor zijn de tabellen van katern 30 (Toelaatbare afmetingen van kozijnen: Tussendorpels tabellen 5 t/ m 8) van toepassing.
  • Maximale hoogte 1.000 mm.
  • Maximale breedte 4.500 mm.
  • Hart op hart afstand regels circa 400 mm.
  • Minimale dikte regelwerk 38 mm.
  • Minimale breedte regelwerk afhankelijk van op te nemen isolatiepakket en Rc- waarde.
  • Doorlopende verticale spouwlatten in verband met de afdracht van de windbelastingen op het bouwkundig kader.
  • Bevestiging van rekwerk aan kozijn dient zo te worden uitgevoerd dat de voorgeschreven
    verankering van het kozijn via het rekwerk kan worden uitgevoerd, rekening houdend met
    knikpunten.
  • Rekwerken achter het buitenspouwblad: deze combinatie wordt door het Bbl beschouwd
    als een gesloten gevel. Hiervoor geldt in principe dus de eis Rc= 4,7 m²·K/ W.
  • Extra aandacht aan plaatsing luchtdichtingen. Deze dienen zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten.

11.10.5 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.05 Verticale rekwerken naast het kozijn

Aanvullende voorwaarden:

  • Bij de productie dienen in ieder geval de volgende aandachtpunten in acht te worden genomen:
  • Rekwerken uitgevoerd volgens deze aanvullende voorwaarden en detailleringen vallen onder de BRL 0801 (Houten gevelelementen) Indien daarbuiten (de som van alle rekwerken samen mag niet meer dan 2 m² bedragen) is de BRL 1001 (Houten binnenspouwbladen) van toepassing.
  • De zijstijl van het KVT kozijn dient in dit geval gezien te worden als tussenstijl. Hiervoor zijn de tabellen van katern 30 (Toelaatbare afmetingen van kozijnen: Tussenstijlen tabellen 1 t/m 4) van toepassing.
  • Maximale breedte 1000 mm.
  • Hart op hart afstand regels circa 400 mm.
  • Minimale dikte regelwerk 38 mm.
  • Minimale breedte regelwerk afhankelijk van op te nemen isolatiepakket en Rc-waarde.
  • Doorlopende horizontale spouwlatten in verband met de afdracht van de windbelastingen op het bouwkundig kader.
  • Bevestiging van rekwerk aan kozijn dient zo te worden uitgevoerd dat de voorgeschreven verankering van het kozijn via het rekwerk kan worden uitgevoerd, rekening houdend met knikpunten.
  • Rekwerken achter het buitenspouwblad: deze combinatie wordt door het Bouwbesluit beschouwd als een gesloten gevel. Hiervoor geldt in principe dus de eis Rc= 4,5 m²·K/W.
  • Extra aandacht aan plaatsing luchtdichtingen. Deze dienen zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten.

11.10.6 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.06 Kozijn met negatieve negge, maximaal 85 mm

Aanvullende voorwaarden:

  • Houtsoorten uit de duurzaamheidsklasse 1 of 2.
  • Kozijnen ten minste voorzien van een voorlaksysteem.
  • De zijstijlen dienen aan de onderzijde van het kozijn door te lopen en de onderdorpel dient tussen de stijlen geplaatst te worden. Indien het kozijnen uitgevoerd wordt met een pen-en-gatverbinding, dient deze als gesloten pen-en-gatverbinding te worden uitgevoerd (geen open slis aan de zijkant in deze extreem belaste situatie).
  • Extra aandacht aan plaatsing water- en luchtdichtingen. Deze dienen zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten.
  • Bovenzijde afwaterend uitvoeren.
  • Water uit de spouw mag niet op de bovendorpel van het kozijn komen.
  • De bovendorpel van het kozijn moet beschermd worden tegen water. Voor het realiseren van de waterdichting dient gebruik te worden gemaakt van waterdichte/waterwerende lagen, waarbij aan de zijkanten kopschotten dienen te worden toegepast. Hiervoor zijn verschillende oplossingen.
  • Voorkom capillaire naden en risico op condensatie tussen waterdichting en bovendorpel.
  • Voorkom koudebruggen.

11.10.7 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.07 Kozijnen met negatieve negge, groter dan 85 mm

Kozijnen welke meer dan 85 mm buiten de hoofdconstructie van de gevel uitsteken kunnen onderverdeeld worden in drie soorten:

  • 07-1, 07-2    Bloemkozijnen: doosvormige uitbouw hangend aan de gevel met een beperkte afmeting.
  • 07-3, 07-4    Erkerkozijnen: hoekige of ronde uitbouw aan de gevel met beperkte afmeting en aan de onderzijde geplaatst op de uitgebouwde gevel. Het kan nodig zijn constructieve voorzieningen te treffen om de dakbelasting op te vangen.
  • 07-5             Serrekozijnen: vergelijkbaar met erkerkozijnen maar veel groter van afmeting. Hierbij moeten constructieve voorzieningen worden getroffen om de dakbelasting op te vangen.

Algemene voorwaarden:

  • Houtsoorten uit de duurzaamheidsklasse 1 of 2 (Toepassingsklasse 4).
  • Kozijnen tenminste voorzien van een voorlaksysteem.
  • De zijstijlen dienen aan de onderzijde van het kozijn door te lopen en de onderdorpel dient tussen de stijlen geplaatst te worden. Indien deze verbinding m.b.v. pen/slis geproduceerd dient deze als gesloten pen/gat constructie te worden uitgevoerd (geen open slis aan de zijkant).
  • Kozijnen mogen geen dragende functie krijgen (niet belast worden door “dak”constructie).
  • Voorkom koudebruggen.

Aanvullende voorwaarden Bloemkozijnen (07-1, 07-2):

  • Beperk de maat van de zij-, onder- en bovenkant. Bij grotere vleugelmaten (tot 600 mm) moet bloemkozijn anders worden geconstrueerd. Drie losse kozijnen welke worden geplaatst op een betonplaatje/vloer en gekoppeld met koppelstijlen conform KVT (11.B1.04).
  • Bij vleugelmaten tot 600 mm moeten de stijlen en bovendorpels worden berekend en vanaf 600 mm moeten constructieve voorzieningen worden getroffen om de dakbelasting op te vangen.
  • Bovenzijde afwaterend uitvoeren.
  • Water uit de spouw mag niet op de bovendorpel van het kozijn komen.
  • De bovendorpel van het kozijn moet beschermd worden tegen water. Voor het realiseren van de waterdichting dient gebruik te worden gemaakt van waterdichte/waterwerende lagen, waarbij aan de zijkanten kopschotten dienen te worden toegepast. Hiervoor zijn verschillende oplossingen.
  • Voorkom capillaire naden en risico op condensatie tussen waterdichting en bovendorpel.
  • Naast afdekking bovenzijde is ook de afdichting tussen stijl en onderdorpel met het bouwkundig kader van groot belang.
  • Extra aandacht aan plaatsing water- en luchtdichtingen. Deze dienen zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten.
  • Voorkom capillaire naden in de aansluitingen van triplex – kozijnhout. Hier dient een waterdichting aangebracht te worden.

Aanvullende voorwaarden Erkerkozijnen (07-3, 07-4):

  • Bij grotere vleugels deze als losse kozijnen uitvoeren en op de bouwplaats koppelen conform tekeningen B1.04 en B1.05.
  • Bij erkers die tot 600 mm uit de gevel steken de balklaag van de dakconstructie zoveel mogelijk boven de stijlen plaatsen en bovendorpel verzwaard uitvoeren.
  • Statische berekeningen uitvoeren voor de dakconstructie en de belastingen op bovendorpel en stijlen.
  • Bij erkers die verder dan 600 mm uit de gevel steken constructieve voorzieningen treffen om de dakbelasting op te vangen.
  • Bij de samenstelling van de kozijnen rekening houden met constructieve voorzieningen.
  • Extra aandacht aan plaatsing water- en luchtdichtingen. Deze dienen zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten.
  • Voorkom capillaire naden in de aansluitingen van triplex – kozijnhout. Hier dient een waterdichting aangebracht te worden.

Aanvullende voorwaarden Serrekozijnen (07-5):

  • Constructieve voorzieningen te treffen om de dakbelasting op te vangen.
  • Bij de samenstelling van de kozijnen rekening houden met constructieve voorzieningen.
  • Vloer/fundering serre moet zijn gefundeerd op gelijke wijze als de rest van de woning om ongelijke zakkingen te voorkomen.
  • Bij het koppelen van de kozijnen rekening houden met krimp-zwelgedrag en dilataties.

11.10.8 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.08 Kozijn in gevel met buitenisolatie en gepleisterde afwerking

Aanvullende voorwaarden:

  • Houtsoorten uit duurzaamheidsklasse 1 en 2.
  • Kozijnen tenminste voorzien van een voorlaksysteem.
  • Minimale negge van 50 mm.
  • Alleen in combinatie met:
    • een buitengevelisolatiesystemen met gepleisterde afwerking op basis van EPS overeenkomst BRL 1328 "Buitengevelisolatiesystemen met gepleisterde afwerking";
    • buitengevelisolatiesystemen met gepleisterde afwerking aangebracht overeenkomstig BRL 9600 “Afbouwwerkzaamheden” in combinatie met de URL 0735 “Uitvoeringsrichtlijn vervaardiging van buitengevelisolatie met gepleisterde afwerking”.
  • Bij buitengevelisolatie op basis van minerale wol dient een dauwpuntberekening te worden uitgevoerd.
  • Waterdichte aansluiting kozijn–binnenspouwblad.
  • Blijvend (flexibele) waterdichte aansluiting stuc-kozijn.
  • Sponning rondom kozijn om eventueel vocht(doorslag) verantwoordt via waterslag af te voeren.

11.10.9 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.09 Geleiders voor screens (zonwering) en rolluiken tegen het kozijn

Aanvullende voorwaarden:

  • Geleiders minimaal 8 mm vrij van kozijnstijlen.
  • Afstandhouders behoren te zijn gemaakt van kunststof of polychloropreen rubber (CR-rubber) met een minimale hardheid van 80 Shore A.
  • Bevestigd met RVS schroeven.
  • Schroeven in voorgeboorde gaten gevuld met kit draaien.
  • Schroeven uit de buurt van verbindingen op de stijl minimaal 50 mm boven onderdorpel.

11.10.10 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.10 Houten doorvalbeveiliging

Aanvullende voorwaarden:

Houten gevelelementen Minimaal duurzaamheidsklasse 1 of 2.
Tussendorpel als
doorvalbeveiliging
Minimaal massief tropisch loofhout
duurzaamheidsklasse 1 of 2 met volumieke massa > 500 kg/m3.
Kwaliteitseisen overeenkomstig kozijnhout.
Afmetingen kozijnhout Minimaal 67 x 90 mm.
Afmetingen tussendorpel als
doorvalbeveiliging
Minimaal 45 x 67 mm (bxh), zie tekening.
Detaillering Zie tekening.
Bovenzijde afwaterend (> 9º).
Onderzijde voorzien van waterhol conform KVT.
Afrondingen r > 4 mm.
Overspanning max. 1500 mm.
Bevestiging
tussendorpel als
doorvalbeveiliging
2 deuvels Ø 14 mm; lengte 80 mm.
40 mm in stijl en tussendorpel.
Deuveldekking conform eisen KVT Katern 15.
Verbinding conform BRL 0819, verbindingstype B.

 

11.10.11 Aanvullende voorwaarden tekening(en) 11.B3.11 Binnenbeglazing zonder aluminium beglazingsprofiel

Aanvullende voorwaarden:

  • Houtsoorten uit de duurzaamheidsklasse 1 of 2.
  • Kozijnen ten minste voorzien van een voorlaksysteem.
  • Beglazingssysteem zeer goed belucht uitvoeren (minimaal 300 mm² per meter sponninglengte), minimaal 2 beluchtingsopeningen minimaal Ø 8 mm, zie katern 12.
  • Beluchting naar buitenzijde of spouw.
  • Beluchtingsopeningen volledig geseald.
KVT Index