Ten behoeve van de controle van half- of eindproducten dient geschikte (meet-) apparatuur aanwezig te zijn. De timmerfabrikant dient te beschikken over de volgende apparatuur:
Met betrekking tot hout:
- apparatuur voor het bepalen van het vochtgehalte van het hout met instellingsmogelijkheden voor temperatuurcorrectie en houtsoort;
- indien van toepassing apparatuur ter controle van de volumieke massa.
Met betrekking tot de verbindingen:
- apparatuur om de geslotenheid van de verbinding vast te stellen, zoals genoemd in SKH-publicatie 10-02.
Met betrekking tot verf en lijm:
- apparatuur om de natte laagdikte van de verf te meten;
- apparatuur om de droge laagdikte van de verf te meten;
- indien van toepassing apparatuur voor de bepaling van de viscositeit van verf en lijm (bijvoorbeeld een DIN-cup);
- apparatuur om de verfhechting te meten;
- apparatuur om een gesloten verflaag te kunnen beoordelen.
Met betrekking tot de controle van afmetingen:
- meetgereedschap, bijvoorbeeld een rolbandmaat, voor het vaststellen respectievelijk controleren van afmetingen met een nauwkeurigheid niet kleiner dan 1 mm, zoals lengten van stijlen en dorpels;
- meetgereedschap voor het vaststellen respectievelijk controleren van afmetingen met een nauwkeurigheid kleiner dan 1 mm, zoals profielmaten (bijvoorbeeld een schuifmaat met een uitleesnauwkeurigheid van 0,05 mm);
- meetgereedschap voor het meten van afrondingen en voor het controleren van de passing van een verbinding (bijvoorbeeld een voelermaat);
- meetgereedschap voor het vaststellen respectievelijk controleren van de haaksheid, kromming, scheluwte e.d. (bijvoorbeeld een winkelhaak, reilat e.d.);
- indien van toepassing kalibers voor het meten van de nauwkeurigheid van de deuvelgaten.