75.7
Meetapparatuur

Ten behoeve van de controle van half- of eindproducten dient geschikte (meet-) apparatuur aanwezig te zijn. De timmerfabrikant dient te beschikken over de volgende apparatuur:

Met betrekking tot hout:

  • apparatuur voor het bepalen van het vochtgehalte van het hout met instellingsmogelijkheden voor temperatuurcorrectie en houtsoort;
  • indien van toepassing apparatuur ter controle van de volumieke massa.

Met betrekking tot de verbindingen:

  • apparatuur om de geslotenheid van de verbinding vast te stellen, zoals genoemd in SKH-publicatie 10-02.

Met betrekking tot verf en lijm:

  • apparatuur om de natte laagdikte van de verf te meten;
  • apparatuur om de droge laagdikte van de verf te meten;
  • indien van toepassing apparatuur voor de bepaling van de viscositeit van verf en lijm (bijvoorbeeld een DIN-cup);
  • apparatuur om de verfhechting te meten;
  • apparatuur om een gesloten verflaag te kunnen beoordelen.

Met betrekking tot de controle van afmetingen:

  • meetgereedschap, bijvoorbeeld een rolbandmaat, voor het vaststellen respectievelijk controleren van afmetingen met een nauwkeurigheid niet kleiner dan 1 mm, zoals lengten van stijlen en dorpels;
  • meetgereedschap voor het vaststellen respectievelijk controleren van afmetingen met een nauwkeurigheid kleiner dan 1 mm, zoals profielmaten (bijvoorbeeld een schuifmaat met een uitleesnauwkeurigheid van 0,05 mm);
  • meetgereedschap voor het meten van afrondingen en voor het controleren van de passing van een verbinding (bijvoorbeeld een voelermaat);
  • meetgereedschap voor het vaststellen respectievelijk controleren van de haaksheid, kromming, scheluwte e.d. (bijvoorbeeld een winkelhaak, reilat e.d.);
  • indien van toepassing kalibers voor het meten van de nauwkeurigheid van de deuvelgaten.
KVT Index