Het hout voor kozijnen, ramen en (hef)schuifdeuren en of andere onderdelen (w.o. glas- en neuslatten)moet zodanig worden geschaafd, gefreesd of geschuurd ( indien nodig gerepareerd of geëgaliseerd) dat het gehele oppervlak glad is om een gesloten verflaag aan te brengen. Machineslag mag op in het zicht komende vlakken niet zichtbaar zijn.
62.1
Schaven, frezen en schuren