36.7
Laagdikte industrieel aangebrachte laksystemen

Grondlaksystemen moeten aangebracht worden volgens de in de BRL 0801 “Houten gevelelementen” of BRL 0803 “Houten buitendeuren” opgenomen praktijkrichtlijnen voor grondlaksystemen.

In het verleden werden ook voor- en aflaksystemen aangebracht op basis van praktijkrichtlijnen, lees laagdikten. De aangebrachte laagdikte was door de opdrachtgever te contoleren. Tegenwoordig worden voor- en laksystemen aangebracht op basis van prestatie-eisen, zoals gedefinieerd in de BRL 0817. De prestatie van het laksysteem wordt bepaald door de toegepaste producten, de opbouw van het systeem en de procesomstandigheden waaronder het voor- of aflaksysteem wordt aangebracht. De laagdikte kan per laksysteem dus verschillen, waarmee het specificeren van laagdiktes in bestekteksten is komen te vervallen.

Voor voor- en aflaksystemen wordt verwezen naar een KOMO® certificaat op basis van de BRL 0817. Hierin zijn de lakopbouw, applicatieomstandigheden en (door)droogcondities voor een specifiek laksysteem opgenomen. Indien gevelelementen op basis van de in het KOMO® certificaat opgenomen voorwaarden (praktijkrichtlijn) worden afgewerkt, mag worden aangenomen dat voldaan is aan de prestaties voor de voor- en aflaksystemen.

KVT Index