36.1 Algemeen
Een laksysteem heeft, als “finishing touch”, de functie om houten gevelelementen fraai en duurzaam te beschermen. In dit katern worden grondlak- voorlak- en aflaksystemen als oppervlaktebescherming voor ondergronden, zoals massiefhout, plaatmaterialen en andere in de KVT genoemde materialen, omschreven.
Het produceren en afwerken van houten gevelelementen is een industrieel proces. Binnen dit proces zijn gevelelement, laksysteem en proces zo op elkaar afgestemd dat een bepaalde onderhoudsvrije periode gegarandeerd kan worden. Het op verzoek van de opdrachtgever wisselen van het door de fabrikant toegepaste industriële laksysteem heeft ingrijpende consequenties en kan van negatieve invloed zijn op de kwaliteit van het eindproduct.
36.2 Duurzaamheid
De duurzaamheid van een laksysteem op houten gevelelementen is mede afhankelijk van de volgende factoren:
- de houtsoort;
- een gesloten verffilm; (dekkend of transparant);
- oriëntatie van het element in de gevel;
- de detailleringen en bouwkundige aansluitingen;
- de handelingen en omstandigheden op de bouwplaats, zoals:
- het plaatsen van glas en panelen;
- mate van bescherming tijdens het bouwproces;
- noodzakelijke handelingen vóór het aanbrengen van de eindafwerking, zoals herstellen en schoonmaken (eventueel ontvetten) van het eerder in de fabriek aangebrachte voorlaksysteem;
- de omstandigheden waaronder de eindafwerking op de bouwplaats wordt aangebracht.
36.3 Industriële laksystemen
Onder een industrieel “laksysteem” verstaan we een afwerklaag, bestaande uit één of meerdere laklagen, welke industrieel wordt aangebracht volgens bepaalde procescondities. Af fabriek worden gevelelementen industrieel voorzien van een onder geconditioneerde omstandigheden aangebracht grond-, voor- of aflaksysteem.
Grondlaksysteem: is een dekkend laksysteem bestaande uit één of meerdere lagen die industrieel worden aangebracht en binnen maximaal 6 maanden na het verlaten van de timmerfabriek op de bouwplaats verder wordt afgewerkt in twee kwastlagen met een totale droge laagdikte van minimaal 50 μm. Grondlaksystemen moeten voldoen aan de BRL 0814.
Voorlaksysteem: is een laksysteem bestaande uit één of meerdere lagen die industrieel worden aangebracht en binnen maximaal 18 maanden (voor dekkende systemen) of 6 maanden (voor transparante systemen) na het verlaten van de timmerfabriek op de bouwplaats van één kwastlaag moet worden voorzien in een totale droge laagdikte van minimaal 30 μm. De kleurstelling van de voorlak is afgestemd op de kleur van de aflak zodat met gangbare bouwverven in één kwastlaag de gewenste eindkleur kan worden behaald. Voorlaksystemen moeten voldoen aan de BRL 0817.
Aflaksysteem: is een zogenaamd “Factory finished” laksysteem bestaande uit één of meerdere lagen die industrieel worden aangebracht. Op de bouwplaats hoeft niet afgelakt te worden. De kleurstelling is de eindkleur. De gewenste onderhoudsvrije periode is in principe een zaak van afstemming tussen timmerfabriek, verfleverancier en afnemer. Aflaksystemen moeten voldoen aan de BRL 0817.
36.4 Te behandelen onderdelen in de fabriek
In onderstaand schema is aangegeven welke onderdelen van gevelelementen tenminste voorzien moeten zijn van welk laksysteem.
| Grondlaksysteem | Voorlaksysteem | Aflaksysteem | |
| Kozijnen en spouwlatten | |||
| Rondom (alle zijden) | ● | ● | zie voorlaksysteem |
| Zichtbare zijden (gebruiksfase) | ● | ● | ● |
| Glaslatten, neuslatten en dorpelafdekkers | |||
| Rondom (alle zijden) | ● | ● | zie voorlaksysteem |
| Zichtbare zijden (gebruiksfase) | ● | ● | ● |
| Ramen en (hef)(schuif)deuren | |||
| Rondom (alle zijden) | ● | ● | zie voorlaksysteem |
| Zichtbare zijden (gebruiksfase) | ● | ● | ● |
| Borstwering opbouwpanelen (multiplex en hout) | |||
| Rondom (alle zijden) | ● | ● | zie voorlaksysteem |
| Zichtbare zijden (gebruiksfase) | ● | ● | ● |
| Stelkozijnen | |||
| Rondom (alle zijden) | ● | ||
36.5 Voorbehandelingen
Onder afdichten van kops hout wordt verstaan het (voor)behandelen van al het kopse hout van kozijnen, ramen, deuren of randen van plaatmateriaal om het te beschermen tegen vochtindringing.
Alle kopse vlakken bij de houtsoorten uit de duurzaamheidsklasse 1 t/m 4, die in de gebruiks- of uitvoeringsfase onder gebruikersklasse 2 en 3 worden toegepast moeten worden afgedicht met een middel waarvan volgens SKH-publicatie 04-01 “Beoordeling van afdichtmiddelen voor de timmerindustrie” is aangetoond dat deze geschikt zijn voor deze toepassing. De toegelaten middelen met de bijbehorende laagdiktes staan vermeld in SKH-publicatie 07-01.
36.6 Prestaties laksystemen
Een compleet laksysteem moet de ondergrond van een gevelelement duurzaam beschermen. Een goede afstemming van de laklagen onderling en de zorgvuldigheid bij het aanbrengen verhogen de duurzaamheid.
De prestaties van de laksystemen worden bepaald door:
- de grond-, voor- of aflak;
- het applicatieproces;
- de applicatieomstandigheden of procescondities;
- de (door)droogcondities.
36.7 Laagdikte industrieel aangebrachte laksystemen
Grondlaksystemen moeten aangebracht worden volgens de in de BRL 0801 “Houten gevelelementen” of BRL 0803 “Houten buitendeuren” opgenomen praktijkrichtlijnen voor grondlaksystemen.
In het verleden werden ook voor- en aflaksystemen aangebracht op basis van praktijkrichtlijnen, lees laagdikten. De aangebrachte laagdikte was door de opdrachtgever te contoleren. Tegenwoordig worden voor- en laksystemen aangebracht op basis van prestatie-eisen, zoals gedefinieerd in de BRL 0817. De prestatie van het laksysteem wordt bepaald door de toegepaste producten, de opbouw van het systeem en de procesomstandigheden waaronder het voor- of aflaksysteem wordt aangebracht. De laagdikte kan per laksysteem dus verschillen, waarmee het specificeren van laagdiktes in bestekteksten is komen te vervallen.
Voor voor- en aflaksystemen wordt verwezen naar een KOMO® certificaat op basis van de BRL 0817. Hierin zijn de lakopbouw, applicatieomstandigheden en (door)droogcondities voor een specifiek laksysteem opgenomen. Indien gevelelementen op basis van de in het KOMO® certificaat opgenomen voorwaarden (praktijkrichtlijn) worden afgewerkt, mag worden aangenomen dat voldaan is aan de prestaties voor de voor- en aflaksystemen.
36.8 Afwerken van gevelelementen op basis van prestatie-eisen
Indien, om welke reden dan ook, afgeweken gaat worden van de in de BRL 0801 “Houten gevelelementen” opgenomen praktijkrichtlijnen voor grondlaksystemen dan wel afgeweken gaat worden van de op basis van de BRL 0817 afgegeven KOMO® certificaten, zal moeten worden aangetoond dat het aangebrachte laksysteem voldoet aan de in de BRL 0801/0803 opgenomen prestatie-eisen.
Voordat aangetoond kan worden dat voldaan wordt aan de prestatie-eisen, zullen zaken met betrekking tot opbouw van het systeem en de te hanteren procesomstandigheden eenduidig vastgelegd moeten worden.
Conform de vastgelegde opbouw van het systeem en de daarbij te hanteren procesparameters zullen proefpanelen afgewerkt en onderzocht moeten worden. Als de resultaten van het onderzoek onderbouwd dat voldaan wordt aan de prestatie-eisen zoals opgenomen in de BRL 0801, dient de opbouw van het systeem en de procesparameters opgenomen te worden in het interne kwaliteitsbewakingssysteem. De gehele procedure is opgenomen in SKH-publicatie 06-03.
36.9 Geslotenheid lakfilm
Het aanbrengen van een gesloten lakfilm is bepalend voor de kwaliteit en de duurzaamheid van het geveltimmerwerk. De geslotenheid van de lakfilm kan beoordeeld worden aan de hand van SKH-publicatie 06-02 “Beoordeling van de geslotenheid van een verffilm op hout”. Wanneer blijkt dat de geslotenheid van de lakfilm niet voldoende is, geeft de SKH-publicatie aan welke maatregelen er genomen moeten worden.
36.10 Verdraagzaamheid
In de timmer- en deurenindustrie wordt vooraf, tijdens en na het aanbrengen van de laksystemen gewerkt met diverse ander producten. Dit kunnen o.a. lijmen, glij-, vul-, afdichtmiddelen en kitten zijn. Het is zaak om met de leveranciers van de diverse producten goed af te stemmen of deze elkaar verdragen. Het is zaak dat de timmer- en deurenindustrie, met hun toeleveranciers van de diverse producten, de verdraagzaamheid borgt in zijn IKB.
Indien informatie met betrekking tot verdraagzaamheid van lakken met andere materialen als kitten, reparatie-, afdicht-, smeermiddelen en lijmen niet beschikbaar is, kan op basis van de in bijlage 2 van de SKH-publicatie 98-04 opgenomen test een indicatie worden verkregen.
36.11 Toegeleverde materialen en overige (half)producten
Als de oppervlaktebescherming door derden wordt aangebracht dienen alle materialen en (half)producten te voldoen aan de materiaal-eisen van de KVT.
36.11.1 Cross-branding
Onder cross-branding wordt verstaan het combineren (cross) van KOMO® gecertificeerde verfsystemen van verschillende verffabrikanten (branding). Er zijn hierbij verschillende situaties mogelijk. Hieronder is per situatie uitgelegd welke aanvullende maatregelen door de timmer- en deurenindustrie genomen moeten worden en in welk geval een systeem opgewaardeerd te noemen is.
Situatie I:
De timmer- en deurenindustrie koopt onderdelen in die zijn voorzien van een gecertificeerd grondverf-, of voorlaksysteem en brengt deze op kleur door ze mee te laten lopen met de laatste applicatie gang van het eigen applicatie proces. Concept I blijft Concept I en Concept II blijft Concept II.
In geval van situatie I, dient de timmer- en deurenindustrie conform de gebruikelijke frequentie, zoals weergegeven in katern 75, paragraaf 5.5, de hechting te beproeven na het verstrijken van het kritische droogtraject. De hechting dient klasse 1 of beter te zijn.
Situatie II:
De timmer- en deurenindustrie koopt onderdelen in die zijn voorzien van een gecertificeerd grondverfsysteem en wil deze opwaarderen naar Concept II of Concept III. Het gebruikte grondverfsysteem en de voorlak of aflak zijn van dezelfde verfleverancier en komen als systeem voor op het BRL 0817 certificaat van de verfleverancier. Concept I wordt Concept II of Concept III.
In geval van situatie II, dient de timmer- en deurenindustrie conform de gebruikelijke frequentie, zoals weergegeven in katern 75, paragraaf 5.5, de hechting te beproeven na het verstrijken van het kritische droogtraject. De hechting dient klasse 1 of beter te zijn.
Situatie III:
De timmer- en deurenindustrie koopt onderdelen in die zijn voorzien van een gecertificeerd grondverfsysteem en wil deze opwaarderen naar Concept II of Concept III. Het aanwezige grondverfsysteem en de gebruikte voorlak of aflak zijn van verschillende verffabrikanten en zijn als zodanig niet getoetst aan de eisen uit BRL 0817. Concept I wordt Concept II of Concept III.
In geval van situatie III dient de timmer- en deurenindustrie aan te tonen dat het op locatie A aangebrachte grondlaksysteem van verffabrikant X in combinatie met de op locatie B aangebrachte laag/lagen van verffabrikant Y voldoen aan de eisen zoals opgenomen in de BRL 0817 en dient hiervoor het protocol zoals opgenomen in de SKH-publicatie 06-03 te volgen. De testen dienen uitgevoerd te worden door een onafhankelijk en ter zake kundig laboratorium. Daarnaast dient de timmer- en deurenindustrie conform de gebruikelijke frequentie, zoals weergegeven in katern 75, paragraaf 5.5, de hechting te beproeven na het verstrijken van het kritische droogtraject. De hechting dient klasse 1 of beter te zijn.
Situatie IV:
De timmer- en deurenindustrie koopt onderdelen in die zijn voorzien van een gecertificeerd voorlaksysteem en wil dit opwaarderen tot aflaksysteem. Concept II wordt Concept III.
In geval van situatie IV geldt, dat wanneer de timmer- en deurenindustrie gebruik maakt van een aflak van dezelfde verfleverancier als het ingekochte voorlaksysteem en het totaal als systeem voorkomt op het BRL 0817 certificaat van de verfleverancier. De timmer- en deurenindustrie conform de gebruikelijke frequentie, zoals weergegeven in katern 75, paragraaf 5.5, de hechting beproeft na het verstrijken van het kritische droogtraject. De hechting dient klasse 1 of beter te zijn.
Wanneer de timmer- en deurenindustrie in situatie IV gebruik maakt van een aflak van een andere verfleverancier, dan waar het voorlaksysteem mee is gespoten, dient wekelijks de verfhechting gecontroleerd te worden conform katern 75, paragraaf 5.5. De hechting wordt bepaald na het verstrijken van het kritische droogtraject en dient klasse 1 of beter te zijn
36.12 Verftechnisch voorschrift
De timmerfabrikant moet, in samenwerking met zijn verffabrikant, een verftechnisch voorschrift opstellen, afgestemd op het industrieel aangebrachte laksysteem. Dit voorschrift maakt onderdeel uit van de verwerkings- en onderhoudsvoorschriften die met de houten gevelelementen meegeleverd moeten worden. In het verftechnisch voorschrift ligt vast binnen welke periode, met welke producten en onder welke condities/omstandigheden (temperatuur, luchtvochtigheid, voorbehandeling, laagdikte, aantal lagen etc.) de houten gevelelementen op de bouwplaats moeten worden afgelakt en eventueel kunnen worden onderhouden. Op basis van dit verftechnisch voorschrift kan de timmerfabrikant een uitspraak doen over de te verwachten onderhoudsvrije periode.
Wordt het voorschrift niet opgevolgd, dan is degene die de houten gevelelementen op de bouwplaats aflakt verantwoordelijk voor:
- de kwaliteit en levensduur van het totale laksysteem;
- alle directe en indirecte schades voortvloeiend uit het op de gevelelementen aanwezige totale laksysteem.
36.13 Onderhoudsvrije periode
De onderhoudsvrije periode wordt onder andere bepaald door de factoren zoals eerder genoemd onder “duurzaamheid”. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een onder geconditioneerde omstandigheden in de timmerfabriek aangebracht aflaksysteem een hogere aanvangsduurzaamheid heeft dan een grond- of voorlaksysteem dat op de bouwplaats wordt voorzien van de laatste laag/lagen.
Als regelmatig de conditie van het geveltimmerwerk wordt gecontroleerd, de elementen periodiek worden gereinigd met een neutraal schoonmaakmiddel en water en eventuele gebreken tijdig en op de juiste manier worden herstelt, zijn perioden, waarbinnen om technische redenen niet geschilderd hoeft te worden, van 10 tot 15 jaar haalbaar. De mate van onderhoud wordt niet alleen bepaald door technische factoren. Om esthetische aspecten, zoals glans- en kleurbehoud, kan eerder onderhoud uitgevoerd worden om de verfraaiende rol van het laksysteem in stand te houden.
Om te beoordelen of corrigerende maatregelen aan het laksysteem nodig zijn, moeten de houten gevelelementen periodiek geïnspecteerd en gecontroleerd worden. Op basis van de waarnemingen kan beoordeeld worden of het bijwerken van het laksysteem noodzakelijk is dan wel kan worden uitgesteld.