Voor kozijnen met beweegbare delen wordt de straal van de dagmaat bepaald door de kleinst mogelijke toelaatbare straal van het beslag en mag niet kleiner zijn dan 200 mm. De aanslag met het raam moet altijd worden voorzien van een rondgaande dichting.
Voor het toepassen van beweegbare delen bij een boogvormige onderdorpel moet een binnensponning toegepast worden.
De dagkant aan de buitenkant van een ronde onderdorpel moet op het laagste deel over een afstand van circa 400 mm afwaterend zijn. Binnen deze 400 mm mag geen langsverbinding voorkomen.