Alle buitensponningen van onder- en tussendorpels moeten naar buiten afwaterend worden uitgevoerd met een hellingshoek van ten minste 9°. De hellingshoek dient over de gehele lengte van de sponning door te lopen.
We onderscheiden de volgende soorten buitensponningen in stijlen en onderkanten van boven- en tussendorpels:
- sponningen met scharnier- of voorsponning en de boven- en tussendorpels voorzien van een waterhol;
- sponningen zonder scharnier- of voorsponning of waterhol;
zie tekening 13.01.
Voor het plaatsen van isolatieglas moet de sponning in de dagkant van stijlen en onderkanten van boven- en tussendorpels ten minste 17 mm hoog zijn. Voor bovenkanten van onder- en tussendorpels moet deze ten minste 16 mm zijn.
Buiten het vlak van de dichtingsprofielen mogen, bij (tussen)stijlen en onderkanten van boven- en tussendorpels, sponninglatten in combinatie met een waterkering worden aangebracht. Deze zogenaamde “lijmlatten” uitvoeren volgens tekening 13.03. De afwatering bij luchtdichtingen volgens tekening 13.02.