71.2
Tijdelijke voorzieningen

Indien er kans bestaat dat geveltimmerwerk tijdens het transport en de opslag kan vervormen of wordt beschadigd, dan moeten aanvullende beschermmaatregelen worden genomen.

Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van koppellatten, schoren, beschermlatten, enz. Deze mogen het grondverf/voorlak systeem niet beschadigen. Deze moeten aan de muurzijde op de spouwlatten worden bevestigd.

De belangrijkste tijdelijke voorzieningen zijn:

  • het schoren en verstijven van kozijnen, met name stelkozijnen, ter voorkoming van schranken en “doormetselen”;
  • het vastzetten van afgehangen ramen en/of andere beweegbare delen, zodanig dat geen beschadiging van onderdelen ontstaat.

Naast deze tijdelijke voorzieningen moeten Concept III en IV kozijnen vanuit de fabriek worden voorzien van beschermingsmiddelen welke de (ruw)bouwfase (onder “normale” omstandigheden) kan weerstaan.

Deze beschermingen dienen ter voorkoming van beschadiging en vervuiling.

Deze in de timmerfabriek aangebrachte beschermingsmiddelen moeten op een correcte wijze gehandhaafd blijven tijdens transport en opslag/verwerking op de bouw en mogen pas vlak voor de vervolghandelingen worden verwijderd. De afnemer moet hierop worden gewezen.

Bij Concept I en II moet in samenspraak met de opdrachtgever afgesproken worden wie verantwoordelijk is voor het treffen van beschermende maatregelen.

Bij het pakketteren moeten de elementen zodanig worden bevestigd dat tussen de elementen een vrije ruimte van ten minste 5 mm ontstaat. Deze vrije ruimte is noodzakelijk om beschadiging en capillairen te voorkomen. Deze vrije ruimte moet worden geborgd.

KVT Index