62.2
Afschuiningen, afrondingen en schuine kantjes

Alle in het zicht komende vrije uitwendige hoeken van kozijnen, ramen en (hef)schuifdeuren en/of andere onderdelen(w.o. glaslatten), die aan het buitenklimaat worden blootgesteld, moeten worden voorzien van ronde kantjes met een straal ≥ 3 mm. De bovenzijde van onder- en tussendorpels van kozijnen aan de buitenzijde altijd met een straal ≥ 4 mm.

De besloten uitwendige hoeken (in sponningen) moeten worden voorzien van schuine kantjes of ronde kantjes met een straal ≥ 1,5 mm.
De ontmoetingen tussen stijlen en dorpels (verbindingen) moeten zijn voorzien van ronde kantjes met een straal ≥ 1,5 mm.

KVT Index