De kwaliteit van bladlood wordt aangegeven met een “Code” gevolgd door een getal en een kleur. Het getal staat voor het gewicht in kg/m².
Voorbeeld Code 18 geel: Een theoretisch gewicht van 18 kg/m² met een nominale dikte 1,59 mm.
Voor toepassingen bij gevelelementen kan gebruik worden gemaakt van:
- Code 15 groen: dikte 1,32 mm;
- Code 18 geel : dikte 1,59 mm;
- Code 20 blauw : dikte 1,76 mm;
- Code 25 rood : dikte 2,20 mm.
Toepassingen: onder- en bovendorpels.
Voor standaard toepassingen dient minimaal Code 15 groen te worden gebruikt.
Voor aansluitingen op een terras of balkon dient minimaal Code 18 geel te worden toegepast.
Bij het toepassen van loodstroken Code 15 groen, mogen deze niet langer zijn dan 1000 mm en niet breder dan 150 mm.
Bij het toepassen van loodstroken Code 18 en hoger, die aan rechtstreeks zonlicht worden blootgesteld, moet een maximale lengte van 1500 mm worden aangehouden.
Op die plaatsen waar een verbinding voorkomt moet deze flexibel zijn om de bewegingen op te kunnen vangen, bijvoorbeeld door middel van felsnaden of een overlap van ten minste 100 mm. Indien op de verbinding een waterbelasting kan optreden dient deze verbinding waterdicht te worden gemaakt door tussen de overlap een kitnaad van een zuurvrije kit aan te brengen.
Voor het verwerken van lood zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- de bevestiging van het lood moet zodanig worden uitgevoerd dat uitzetten en krimpen vrij kan plaatsvinden;
- de bevestigingen moeten waterdicht worden uitgevoerd zonder mogelijke vorming van capillairen.
Bladlood mag op plaatsen, waar contact met water mogelijk is, niet mechanisch worden bevestigd (met nagels, nieten of schroeven).
De bevestiging tegen de onderzijde van een kozijnonderdorpel moet worden uitgevoerd met latten of met daarvoor geschikte kunststof strippen. Uitsluitend rvs bevestigingsmiddelen (nagels of nieten) toepassen.
Hout waarop lood wordt aangebracht moet altijd van afrondingen worden voorzien met een straal van ten minste 6 mm.