41.3
Waterkerende dampdoorlatende membranen

Waterkerende dampdoorlatende/damp-open membranen dienen te voldoen aan de eisen zoals vermeld in de BRL 4708 en dienen waterdicht te zijn tot ten minste 200 mm waterkolom, bepaald overeenkomstig methode A van NEN-EN 1928. De beproevingsmethode mag zijn gemodificeerd overeenkomstig paragraaf 5.2.3 van NEN-EN 13859-1.

Indien de toepassing van het membraan volledig verticaal is, mag het membraan een waterdoorlaat hebben van ten hoogste 100 ml per 3 uur bepaald overeenkomstig NEN-EN 13111 (klasse W1).

De afstand tussen de buitenbekleding en de waterdichte, damp-open membranen of de waterkerende dampdoorlatende membranen moet ten minste 13 mm zijn.

Indien de waterkerende laag in de timmerfabriek wordt aangebracht en wordt voorzien van een bescherming, b.v. plaatmateriaal, dan mag de waterkerende laag tijdelijk worden bevestigd met nieten.

Indien de waterkerende laag niet wordt voorzien van een bescherming dan dient de waterkerende laag te worden bevestigd met een tengel, knellat of -strip.

KVT Index