De breedte van de voeg dient te zijn afgestemd op de toleranties en de te verwachten thermische en hygrische bewegingen van de aansluitende delen.
Voorbeeld: 20/8 (6 tot 10 mm)
- Het getal 20 is de breedte van de band in mm, zelfklevende zijde en voegdiepte;
- Het getal 8 is het voegbreedtebereik in mm. Rekening houdend met de thermische belastingen kan de voeg variëren tussen 6 en 10 mm waarbij de band zijn voegdichtende functie behoudt en aan de eisen voldoet.
De breedte van de schuimbanden (voegdiepte) is afhankelijk van het woongebied en de hoogte van het gebouw (NEN 6702).