De keuze van het type schuimband dient te worden bepaald aan de hand van de in NEN 3413 opgenomen eisen. Voorts dient rekening te worden gehouden met de aangegeven eigenschappen en toepassingsmogelijkheden (MTV = Maximaal Toelaatbare Vervorming).
Tabel 1: Overzicht schuimbandgroepen
| Schuimbandgroep | S7,5 | S12,5 | S25 |
| Celstructuur | Gesloten | Semi-gesloten | Open |
| Maximaal Toelaatbare Vervorming (MTV) |
7,5% | 12,5% | 25% |
| Materialen | PE, PVC, CR, EPTa | PVC, PUR (1) | Geïmpregneerdeb PUR (in voorgecomprimeerde vorm ook wel “zwelband” genoemd) |
| Voegwanden | Vlak, evenwijdig | Vlak, evenwijdig/verlopend Oneffen, evenwijdig |
Vlak, evenwijdig/verlopend Oneffen, evenwijdig/verlopend |
| Soort voeg | Aansluitvoeg | Aansluitvoeg | Aansluitvoeg Bestaande/aanwezige voeg |
| Compressiefactorc | 1,1 tot 1,3 | 1,1 tot 1,5 | 2 tot 5 |
a. PE = polyethyleen, CR = celrubber (chloropreen), PVC = polyvinylchloride , EPT = celrubber ethyleenpropyleenterpolymeer, PUR = polyurethaan zachtschuim
b. Niet in aanmerking komen met bitumen geïmpregneerde schuimbanden vanwege migratie (doorbloeding) en mogelijke verkleuring van aansluitend geverfde onderdelen.
c. Compressiefactor: voegbreedte maal de factor is de banddikte die nodig is om als regendichting te kunnen functioneren. Fabrikanten en leveranciers gebruiken nu een bestelcode waarin de bandbreedte (voegdiepte) en de voegbreedte vastgelegd is.
Schuimbanden