40.3
Schuimbanden

Schuimbanden dienen te voldoen aan de eisen zoals vermeld in BRL 2802.
De breedte/dikte van de voeg dient te zijn afgestemd op de toleranties en de te verwachten thermische en hygroscopische bewegingen van de aansluitende delen.

Er worden drie typen schuimband onderscheiden:

  1. open cellig (A);
  2. semi-gesloten cellig (B); en
  3. gesloten cellig (C).

40.3.1 Open cellige schuimbanden (A)

Open cellige schuimbanden hebben een volledig open (honingraat) celstructuur, dit houdt in dat daar als basis geen luchtdichtende eigenschappen aan toegekend kunnen worden. Bij voorgecomprimeerde compressiebanden worden door compressie, in combinatie met de impregnering, luchtdichte, slagregendichte en UV-bestendige eigenschappen toegevoegd.

Opmerking:
Door de steeds strenger wordende eisen op het gebied van luchtdichtheid, is het raadzaam om na te gaan bij de desbetreffende fabrikant of dit soort open cellige banden wel geschikt zijn voor luchtdichting. In principe zijn ze bedoeld voor slagregendichting en niet voor luchtdichting vanwege het feit dat alleen bij een juiste comprimering enige luchtdichting bereikt wordt.

40.3.2 Semi-gesloten cellige schuimbanden (B)

Semi-gesloten cellige schuimbanden hebben een dusdanig fijne celstructuur dat met weinig compressie de celstructuur "dichtgedrukt" wordt waardoor een "gesloten cellige" structuur ontstaat. Deze schuimbanden zijn herkenbaar door het vaak trage herstelvermogen en bieden een voelbare weerstand bij het indrukken. Deze schuimbanden zijn dan ook zeer geschikt voor prefab toepassingen in houtskeletbouw, betoncasco en andere prefab disciplines.

40.3.3 Gesloten cellige schuimbanden (C)

Gesloten cellige schuimbanden kenmerken zich door hun stugge karakter. Deze schuimbanden bieden veel weerstand bij het indrukken. Als er dan met veel kracht doorgedrukt wordt, kan de celstructuur kapot gaan, waardoor de band zijn herstelvermogen verliest.

40.3.4 Overige toepassingen schuimbanden

Naast schuimbanden op rollen, worden er ook veel producten voor regen en/of luchtdichting op maat gemaakt voor diverse toepassingen. Denk hierbij aan pakkingen in de aansluiting tussen de neut van de laag reliëfdorpel en de onderzijde van de kozijnstijl. Afhankelijk van de toepassing en de eisen, worden deze producten uitgevoerd in open cellige, semi-gesloten cellige of gesloten cellige schuimsoorten.

40.3.5 Keuze type schuimband

De keuze van het type schuimband dient te worden bepaald aan de hand van de in NEN 3413 opgenomen eisen. Voorts dient rekening te worden gehouden met de aangegeven eigenschappen en toepassingsmogelijkheden (MTV = Maximaal Toelaatbare Vervorming).
Tabel 1: Overzicht schuimbandgroepen

 

Schuimbandgroep S7,5 S12,5 S25
Celstructuur Gesloten Semi-gesloten Open
Maximaal Toelaatbare
Vervorming (MTV)
7,5% 12,5% 25%
Materialen PE, PVC, CR, EPTa PVC, PUR (1) Geïmpregneerdeb PUR
(in voorgecomprimeerde vorm ook wel "zwelband" genoemd)
Voegwanden Vlak, evenwijdig Vlak, evenwijdig/verlopend
Oneffen, evenwijdig
Vlak, evenwijdig/verlopend
Oneffen, evenwijdig/verlopend
Soort voeg Aansluitvoeg Aansluitvoeg Aansluitvoeg
Bestaande/aanwezige voeg
Compressiefactorc 1,1 tot 1,3 1,1 tot 1,5 2 tot 5

a. PE = polyethyleen, CR = celrubber (chloropreen), PVC = polyvinylchloride , EPT = celrubber ethyleenpropyleenterpolymeer, PUR = polyurethaan zachtschuim
b. Niet in aanmerking komen met bitumen geïmpregneerde schuimbanden vanwege migratie (doorbloeding) en mogelijke verkleuring van aansluitend geverfde onderdelen.
c. Compressiefactor: voegbreedte maal de factor is de banddikte die nodig is om als regendichting te kunnen functioneren. Fabrikanten en leveranciers gebruiken nu een bestelcode waarin de bandbreedte (voegdiepte) en de voegbreedte vastgelegd is.

Schuimbanden

40.3.6 Afmetingen van de schuimbanden

De breedte van de voeg dient te zijn afgestemd op de toleranties en de te verwachten thermische en hygrische bewegingen van de aansluitende delen.

Voorbeeld: 20/8 (6 tot 10 mm)

  • Het getal 20 is de breedte van de band in mm, zelfklevende zijde en voegdiepte;
  • Het getal 8 is het voegbreedtebereik in mm. Rekening houdend met de thermische belastingen kan de voeg variëren tussen 6 en 10 mm waarbij de band zijn voegdichtende functie behoudt en aan de eisen voldoet.

De breedte van de schuimbanden (voegdiepte) is afhankelijk van het woongebied en de hoogte van het gebouw (NEN 6702).

KVT Index