38.3.1 Eindbewerking
De uiteinden (kopse kanten) van aluminium profielen mogen niet direct in contact met het hout komen. Alle profielen zijn aan de einden haaks dan wel uitgekeept uitgevoerd. Daarbij het volgende aanvullend:
- Combinaties van aluminium profielen met rubber/kunststof eindstukjes welke de ruimte tussen aluminium en hout opvullen zijn ook mogelijk. De uitvoering hiervan dient te geschieden volgens de verwerkingsvoorschriften van de leverancier.
- Condensprofielen t.b.v. enkele beglazing dienen aan de uiteinden afgedamd te zijn.
- Aanslagprofielen kunnen zijn voorzien van (rubberen/kunststof) eindstukken of eindstoppen. De bevestiging hiervan op het aluminium dient te geschieden volgens de verwerkingsvoorschriften van de leverancier.
38.3.2 Profiellengte
Voor de lengten van de profielen moeten de verwerkingsvoorschriften van de leverancier worden aangehouden. Indien de aansluiting onderdeel uitmaakt van een watervoerend vlak, dan moet de aansluiting waterdicht zijn uitgevoerd door middel van bijvoorbeeld eindstukken/stoppen. Ruimtes tussen een aluminium profiel en hout ≤ 3 mm moeten van een dichting (kit) worden voorzien tenzij in het verwerkingsvoorschrift van de leverancier anders wordt gesteld. Voor dichtingen wordt verwezen naar katern 37 (kunststof onderdelen) en katern 40 (Dichtingsmiddelen en- profielen).
38.3.3 Beluchting in beglazingsprofielen
Alle beglazingsprofielen moeten van beluchtingsopeningen zijn voorzien, waarvoor het volgende van toepassing is:
- openingen ≥ 125 mm² en een minimum breedte van 10 mm;
- eerste openingen ≤ 50 mm vanaf het einde. Indien de eerste opening gecombineerd wordt met het uiteinde van het profiel, mag deze eerste opening 75% van de hierboven genoemde opening bedragen;
- afstand tussen de openingen ≤ 300 mm hart op hart;
- per (glas)element ≥ 2 beluchtingsopeningen;
- de beluchtingsopeningen dienen ≥ 300 mm² per m¹ sponninglengte te bedragen.
Detaillering/positionering van deze openingen mag niet zo zijn dat water onder de beglazing of naar binnen kan komen.
38.3.4 Waterafvoeropeningen in aanslagprofielen
De aanslagprofielen moeten van waterafvoeropeningen zijn voorzien, waarvoor geldt:
- openingen > 100 mm² en een minimum breedte van 10 mm;
- eerste opening < 50 mm vanaf het einde. Indien de eerste opening gecombineerd wordt met het uiteinde van het profiel, mag deze eerste opening 75% van de hierboven genoemde opening bedragen;
- afstand tussen de openingen < 150 mm hart op hart.
Detaillering/positionering van deze openingen mag niet zo zijn dat hierdoor water naar binnen kan komen.
38.3.5 Bevestiging
Voor het bevestigen van aluminium profielen komen uitsluitend rvs schroeven in aanmerking.
De bevestiging van de profielen in houten ondergrond dient zodanig te zijn dat de hechtlengte in het hout ≥ 20 mm en de diameter ≥ 3 mm is. De bevestiging is ≤ 50 mm van het uiteinde van het profiel en ≤ 160 mm h.o.h.