De toelaatbare lengte van de overspanningen van tussenstijlen en/of tussendorpels kunnen afgelezen worden in de tabellen 30.1 t/m 30.8. De lengte van de stijl of dorpel is gelijk aan de dagmaat van het kozijn.
Voor het bepalen van de lengte van een tussenstijl en/of tussendorpel kan men als volgt te werk gaan:
- Bepaal de benodigde tabel of tabellen (tussenstijl, type tussenstijl en afm. doorsnede en/of tussendorpel, type tussendorpel en afm. doorsnede)
- Bepaal de maat van de gemiddelde vakbreedte of vakhoogte
- Bepaal de windstuwdruk. De windstuwdruk dient vastgesteld te worden volgens tabel NB.4 van de Nationale Bijlage bij NEN-EN 1991-1-4, zie katern 18, bijlage 1.
- Bepaal de maximale overspanning, uitgaande van de gemaakte keuzes onder de punten 2 en 3.
Tussenwaarden kunnen door rechtlijnig te interpoleren worden bepaald.