30.5
Maximale overspanningen van tussenstijlen en tussendorpels

Als bijlagen zijn tabellen opgenomen met toelaatbare overspanningen van tussenstijlen en tussendorpels. Deze zijn gebaseerd op:

  • Sterkteklasse hout (conform NEN-EN 338): ten minste C24;
  • Beglazing volgens katern 12; eigen gewicht glas: maximaal 25 kg/m².;
  • Standaard vakbreedtes vanaf 400 mm t/m 2000 mm, oplopend met 200 mm.

Opmerkingen:
Voor de berekeningen gelden de algemene uitgangspunten zoals genoemd in katern 18.

30.5.1 Kozijnverbindingen

In de berekeningen is uitgegaan van kozijnverbindingen volgens katern 15.

30.5.2 Gemiddelde vakbreedte en vakhoogte

  • De "gemiddelde vakbreedte" is de som van de halve vakbreedte links van de tussenstijl, de dikte van de tussenstijl en de halve vakbreedte rechts van de tussenstijl.
  • De "gemiddelde vakhoogte" is de som van de halve vakhoogte onder van de tussendorpel, de dikte van de tussendorpel en de halve vakhoogte boven de tussendorpel.

30.5.3 Profielvorm en –afmetingen

Er is uitgegaan van 8 verschillende typen kozijnprofielen.
Verschillende typen kozijnprofielen

De verschillende kozijnprofielen kunnen worden uitgevoerd in 8 verschillende afmetingen van de doorsnede:

  • 67 x 90 mm
  • 67 x 102 mm
  • 67 x 114 mm
  • 67 x 139 mm
  • 90 x 90 mm
  • 90 x 102 mm
  • 90 x 114 mm
  • 90 x 139 mm

In de dikte van 67 mm zijn de kozijnprofielen type C en D niet mogelijk. Door de aanwezigheid van de sponningen is er onvoldoende hout om een verbinding tot stand te brengen. Deze zijn dan ook niet getekend/berekend.
Als een toe te passen kozijnprofiel niet exact overeenkomt met één van deze typen dient altijd de overspanning aangehouden te worden van een kozijnprofiel met een grotere sponning.

30.5.4 Gebruik van de tabellen

De toelaatbare lengte van de overspanningen van tussenstijlen en/of tussendorpels kunnen afgelezen worden in de tabellen 30.1 t/m 30.8. De lengte van de stijl of dorpel is gelijk aan de dagmaat van het kozijn.
Voor het bepalen van de lengte van een tussenstijl en/of tussendorpel kan men als volgt te werk gaan:

  1. Bepaal de benodigde tabel of tabellen (tussenstijl, type tussenstijl en afm. doorsnede en/of tussendorpel, type tussendorpel en afm. doorsnede)
  2. Bepaal de maat van de gemiddelde vakbreedte of vakhoogte
  3. Bepaal de windstuwdruk. De windstuwdruk dient vastgesteld te worden volgens tabel NB.4 van de Nationale Bijlage bij NEN-EN 1991-1-4, zie katern 18, bijlage 1.
  4. Bepaal de maximale overspanning, uitgaande van de gemaakte keuzes onder de punten 2 en 3.

Tussenwaarden kunnen door rechtlijnig te interpoleren worden bepaald.

KVT Index