| Benaming | Definitie |
| Bedieningsgemak | De eenvoudige, zonder krachtsinspanning bediening van b.v. deurkruk en raamboompje aangebracht tussen de aangrijphoogte ≥ 900 – ≤ 1400 mm. |
| Cilinderslot | Een slotmechanisme bestaande uit een cilinder en een behuizing. Stiften, plaatjes of kogeltjes blokkeren de cilinder zo lang de bijpassende sleutel niet in het slot is gestoken. Alleen als de juiste sleutel in de cilinder wordt gestoken kan deze worden gedraaid in de behuizing, waarmee het slot geopend of gesloten wordt |
| Dagschoot | Schoot ten behoeve van het sluiten, voorzien van één kerende en één afgeschuinde zijde voor het inlopen |
| Draaivalbeslag | Samengesteld hang- en sluitwerk waarbij een geïntegreerde draai- en klepstand van het raam mogelijk is |
| Geborgde pen | Pen in scharnier die als gevolg van de draaiing niet in de lengterichting wordt verplaatst |
| Gesloten stand | Stand van het beweegbaar deel ten opzichte van het omringende kader waarin het beweegbare deel over de gehele aanslag aanligt |
| Hangnaad | Ruimte tussen raam of deur en sponning aan de scharnierzijde |
| Inbouwespagnolet | Inbouwmechanisme met één bedieningspunt en met meerdere sluitpunten, aan één zijde ingelaten in het beweegbare deel |
| Insteekslot | Slot dat wordt ingebracht in het beweegbare deel |
| Kier | Vanaf beide zijden gezien een “open” ruimte tussen het beweegbare deel en het omringende kader |
| Meerpuntssluiting | In het beweegbaar deel ingelaten mechanisme met één bedieningspunt met slot en meer dan twee sluitpunten |
| Nachtschoot | Schoot ten behoeve van het afsluiten |
| Opbouwespagnolet | Opbouwmechanisme met één bedieningspunt en met twee sluitpunten |
| Open stand | Stand van het beweegbare deel ten opzichte van het omringende kader waarin het beweegbare deel niet over de gehele aanslag aanligt |
| Rolschoot | Dagschoot zonder weerstand tegen openduwen, slechts bedoeld voor het fixeren van een beweegbaar deel in de gesloten positie |
| Rondomsluiting | Mechanisme met één bedieningspunt en met meer dan twee sluitpunten, aan meer dan één zijde ingelaten in het beweegbare deel |
| Schoot | Voorziening in een slot ten behoeve van het sluiten en/of afsluiten van het beweegbare deel |
| Sluitkast | Schootvanger die de schoot geheel omvat en die bedoeld is om te worden bevestigd op de constructie |
| Sluitkom | Schootvanger die de schoot geheel omvat en die bedoeld is om te worden ingelaten in een omhullende uitsparing |
| Sluitnaad | Ruimte tussen raam of deur en de sponning aan de sluitzijde |
| Sluitplaat | Schootvanger in de vorm van een metalen plaat, voorzien van gaten en al dan niet voorzien van een kortere of langere “lip”, bedoeld als “geleiding” voor het inlopen van de dagschoot van het slot |
3.6
Termen en definities, betrekking hebbend op hang- en sluitwerk