3.5
Termen en definities, betrekking hebbend op beglazen
Benaming Definitie
Aanslag Het verschil tussen de sponninghoogte en omtrekspeling aanslagzijde wand van de sponning, evenwijdig aan het glasvlak van de ruit.
Afwaterend kitten Kit zodanig aanbrengen dat er geen water op kan blijven staan.
Beglazen In een raamwerk aanbrengen van ruiten, bevestigings- en afdichtingsmiddelen.
Beglazing Het geheel van sponningen, ruiten, bevestigings- en afdichtingsmiddelen.
Beglazingsblokje Blokje voor het stellen en steunen van de ruit.
Beglazingsprofiel In het raamwerk aan te brengen aluminium profiel waardoor de sponning geschikt wordt gemaakt voor het beglazen bij binnenbeglazing
Beglazingssysteem Stelsel, volgens welke de beglazing is ontworpen
Beluchtingsopening Ventilatiegat. Opening waardoor de lucht in de sponning in verbinding staat met de buitenlucht
Binnenbeglazing Beglazen van binnenuit.
Beglazingsmethode waarbij de glaslatten aan de binnenzijde worden geplaatst.
Buitenbeglazing Beglazen van buitenaf.
Beglazingsmethode waarbij de glaslatten aan de buitenzijde worden geplaatst.
Condensprofiel Verdampingsgoot.
Profiel om eventueel condensvocht van de ruit op te vangen.
Drukvereffenend beglazingssysteem Belucht (ontlucht) beglazingssysteem
Beglazingssysteem waarbij vocht wordt gekeerd door een niet volledig van de buitenlucht afsluitende barrière aan de buitenzijde en waarbij wind wordt gekeerd door een lucht- en waterdichte barrière aan de binnenzijde en de omtrekspeling in open verbinding staat met de buitenlucht.
Gelaagd glas Glasblad bestaande uit twee of meer glasplaten, samengesteld door één of meer tussenlagen.
Glasblad Glasvlak van enkelglas of gelaagd glas
Glaslat Houten profiel, dat zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde kan worden toegepast om het glas in de sponning op zijn plaats te houden
Hechtvlak Deel van de voegwand waartegen hechtend afdichtingsmateriaal wordt aangebracht.
Hielafdichting Elastische kit, die bij binnenbeglazing als waterkering tussen glaslat en sponningbodem wordt aangebracht.
Isolatieglas Vlakglas bestaande uit twee of meer glasbladen met een spouw daartussen.
Kit Kit die na het aanbrengen in belangrijke mate elastische eigenschappen behoudt
Neuslat Lat toegepast bij buitenbeglazing aan de onderzijde of bij de tussendorpel van het kozijn om een ventilerende en afwaterende ruimte mogelijk te maken tussen de glaslat en de sponning. De neuslat behoort zo breed te zijn dat deze de gehele sponningbreedte afdekt inclusief een klein gedeelte van het verticale sponninggedeelte.
Neuslatblokje Blokje dat dient om de glaslat bij het beglazen van buitenaf vrij te houden van de onder- of tussendorpel om een ontluchtingsspleet te creëren.
Omtrekspeling Noodzakelijke ruimte tussen glasrand en sponningbodem, aanwezig bij alle zijkanten van de ruit.
Opdammen Waterdicht afsluiten van de uiteinden van de verdampingsgoot.
Randverbinding Constructie die de glasbladen van het isolatieglas op afstand houdt en de spouw hermetisch afsluit.
Rugvulling Celband.
Vervormbaar, bandvormig hulpmiddel toegepast om de diepte en breedte van de topafdichting in te stellen en tevens om de topafdichting (kit) te scheiden van de bodem van de sponning.
Ruit Glas.
Enkelglas, gelaagd glas of isolatieglas met vlakken die parallel, nagenoeg parallel of gemiddeld parallel zijn
Sponning Glassponning.
Deel van het raamwerk dat dient om de ruit, bevestigings- en afdichtingsmiddelen op te nemen.
Stelblokje Blokje dat in de sponning aan de zijkant en/of bovenkant van de ruit wordt bevestigd ter voorkoming dat de ruit met de sponningbodem in aanraking komt.
Steunblokje Blokje waarmee de ruit bij plaatsing wordt ondersteund of gesteund.
Topafdichting Afdichting van kit tussen kozijn / glaslat / beglazingsprofiel en de ruit aangebracht op een rugvulling.
Ventilatierooster Element voorzien van (afsluitbare) openingen ten behoeve van de ventilatie van de ruimte.
Zijvoegkit De randafdichting van het isolatieglas tussen de zijkanten van de afstandhouder en de binnenkant van de glasbladen die dient als waterdampbarriere.

 

KVT Index