20.2.7.1 Vaste ramen
Vaste ramen zijn voor wat de fabricage en detaillering betreft gelijk aan de bewegende ramen. Bevestiging kan op twee wijzen worden uitgevoerd. Soms wordt voor een gelijke uitvoering gekozen als die van de (overige) bewegende delen, inclusief alle of een gedeelte van het hang- en sluitwerk. Het vastschroeven van ramen delen dient te geschieden volgens tekening 20.03. Hierbij dient aan dezelfde voorwaarden te worden voldaan als genoemd in de SKH publicatie 98-08. Vaste ramen mogen in de houtmaat 54 x 67 mm worden uitgevoerd. De bevestiging dient duurzaam te worden uitgevoerd en minimaal voorzien te zijn van een lucht- en waterdichting.
20.2.7.2 (Hard)glazen ramen
Diverse (half)producten, waaronder hardglazen ramen, worden voorzien van een KOMO® attest en een KOMO®
kwaliteitsverklaring geleverd. In het KOMO® attest en KOMO® kwaliteitsverklaring zijn de voorwaarden, maximale
afmetingen en de prestaties opgenomen.
20.2.7.3 Ramen met roeden
De zogenaamde “Plakroeden” zijn toegestaan.
Bij plakroeden aan de buitenzijde van ramen dienen de beëindigingen van de plakroeden gecontramald te zijn en dient er 4 mm tussenruimte aangehouden te worden. Zowel tussen de roeden onderling als tussen de roeden en het raamhout. Deze tussenruimten dienen duurzaam afgedicht te worden.
Het materiaal en de wijze van aanbrengen moeten worden vastgelegd in de IKB van de betreffende timmerfabrikant.