19.1 Algemeen
Boogvormige delen van kozijnen en ramen worden meestal samengesteld uit meerdere segmenten (delen), die aan de kopse kant onderling aan elkaar worden verbonden. Als kopse kant verbindingstypen tussen de segmenten komen in aanmerking:
- vingerlassen;
- losse pen (scheggen), 2 per verbinding;
- dubbele pennen.
De segmenten kunnen bestaan uit ‘vol’ hout of geoptimaliseerd hout voor niet dragende toepassingen (zie BRL 2902).
Opmerking:
Scheggen van triplex zijn niet toelaatbaar bij boogvormige delen met een straal vanaf 300 mm.
De aansluitingen van boogvormige delen op kozijnstijlen kunnen worden uitgevoerd met verschillende typen verbindingen zoals:
- dubbele pennen;
- deuvels (alleen van toepassing bij hoekverbindingen overeenkomstig katern 15);
- losse pen (scheggen), 2 per verbinding (alleen van toepassing als de boog over-gaat in de stijl);
- vingerlassen (alleen van toepassing als de boog overgaat in de stijl).
19.2 Porring
De porring van elk afzonderlijk segment mag niet groter zijn dan 75 mm.
19.3 Raakhoek
De grootste raakhoek is bij de verbindingen 30°. De kleinste raakhoek is bij de verbindingen met losse pennen of met dubbele pennen 7,5°.
19.4 Hoekaansluiting
De hoekaansluiting aan rechte delen moet worden uitgevoerd overeenkomstig katern 15.
De kleinste hoek van het verbindingsvlak tussen een (boogvormig) deel en een stijl is bij deuvelverbindingen of pen- en gatverbindingen niet kleiner dan 45°. Dit betekent dat het supplement (de grootste hoek) niet groter mag zijn dan 135°
19.5 Afdichten kops hout
Alle kopse vlakken moeten voor het opsluiten worden afgedicht (zie katern 44), met uitzondering van die van vingerlasverbindingen. De toegelaten middelen met de bijbehorende laagdiktes staan vermeld in de SKH-Publicatie 07_-01.
19.6 Opsluiten
Kozijnverbindingen typen B en C (zie katern 15) moeten voldoen aan de eisen zoals vermeld in de BRL 0819. De toegelaten verbindingstechnieken staan vermeld in de SKH-Publicatie 99-10.
De prestatie wordt uiteindelijk gerealiseerd door de verbindingstechniek en het in de verwerkingsvoorschriften van deze verbindingstechniek opgenomen proces.
Het aanbrengen van de persdruk moet gelijkmatig plaatsvinden. Scheggen moeten tijdens het afbinden van de lijm worden afgeklemd.
Bij het gebruik van lijmtangen moet zowel het aantal als de verdeling hiervan een voldoende gelijkmatige druk geven. Lijmtangen moeten binnen enkele minuten na het aanbrengen voldoende worden vast getrokken.
19.7 Voorwaarden per onderdeel
19.7.1 Kozijnen met vast glas
Voor kozijnen met vast glas mag de straal van de binnenronding niet kleiner zijn dan 400 mm. Voor het plaatsen van glas of een andere vakvulling bij een boogvormige onderdorpel, moet een binnensponning toegepast worden.
De dagkant aan de buitenkant van een boogvormige onderdorpel moet op het laagste deel over een afstand van 400 mm afwaterend zijn. Binnen deze 400 mm mag geen langsverbinding voorkomen.
19.7.2 Kozijnen met beweegbare delen
Voor kozijnen met beweegbare delen wordt de straal van de dagmaat bepaald door de kleinst mogelijke toelaatbare straal van het beslag en mag niet kleiner zijn dan 200 mm. De aanslag met het raam moet altijd worden voorzien van een rondgaande dichting.
Voor het toepassen van beweegbare delen bij een boogvormige onderdorpel moet een binnensponning toegepast worden.
De dagkant aan de buitenkant van een ronde onderdorpel moet op het laagste deel over een afstand van circa 400 mm afwaterend zijn. Binnen deze 400 mm mag geen langsverbinding voorkomen.
19.7.3 Beweegbare delen
Bij toepassing van (rondgaand) beslag wordt de buitenstraal bepaald door de kleinst mogelijk toelaatbare straal van het beslag. Indien het armschaven van een draairaam leidt tot onvoldoende aanslag in de sponning (< 7 mm), moet hiervoor een maatregel worden genomen. Deze maatregel kan bestaan uit het aftoppen van het raam of van het kozijn. Het aftoppen bestaat uit:
- óf het raam afvlakken aan de bovenzijde (horizontaal vlak aanbrengen);
- óf een vulstuk opnemen in de dag van het kozijn.