18.3.2
Gemiddelde vakbreedte

De “gemiddelde vakbreedte” is de som van de halve vakbreedte links van de tussenstijl, de dikte van de tussenstijl en de halve vakbreedte rechts van de tussenstijl. De “gemiddelde vakhoogte” is de som van de halve vakhoogte onder van de tussendorpel, de dikte van de tussendorpel en de halve vakhoogte boven de tussendorpel.

De lengte van stijl of dorpel is gelijk aan de dagmaat van het kozijn.

De uitkomsten van de berekeningen zijn opgenomen in katern 30. Bij de berekeningen is uitgegaan van standaard vakbreedtes vanaf 400 mm t/m 2000 mm, oplopend met 200 mm.

18.3.2.1 Gebruik van de tabellen voor het bepalen van de lengte van tussen stijlen en/of tussendorpels

Voor het gebruik van de tabellen voor het bepalen van de lengte van tussen stijlen en/of tussendorpels kan direct gebruik gemaakt worden van de waarden voor de windbelasting uit tabel NB.4 uit de Nationale Bijlage van NEN-EN 1991-1-4. Zie bijlage 1.
De windvormfactoren, veiligheidscoëfficiënten en modificatiefactoren zijn meegenomen in de berekeningen. Hiervoor kan als volgt te werk worden gegaan:
De in rekening te brengen winddruk dient vastgesteld te worden volgen tabel NB.4 van de Nationale bijlage bij NEN-EN 1991-1-4. Vervolgens wordt gekozen voor een van de volgende windbelastingen die het dichts komen bij de waarde uit de tabel NB.4:

0,48 0,60 0,70 0,80 0,90 1,00 1,20 1,40 1,60 1,80 2,00 2,20 2,40 2,65

Tussenwaarden kunnen door rechtlijnig te interpoleren worden bepaald.

KVT Index