17.1 Algemeen
Onder een sandwichpaneel wordt verstaan een "stijve" isolatielaag waarop aan één of beide zijden dekplaten zijn gelijmd. De dekplaten kunnen bestaan uit triplex, gehard/gekleurd glas, kunststof, metaal of andere daartoe geëigende materialen. De opbouw van een sandwichpaneel kan bestaan uit twee onderdelen die strak en glad tegen elkaar worden geplaatst. Deze constructie wordt als één (isolatie)pakket beschouwd.
Sandwichpanelen moeten ten aanzien van de mechanische aspecten, sterkte, stijfheid, slagvastheid, e.d. voldoen aan de eisen uit NEN 6702
17.2 Bevestiging
Sandwichpanelen opgenomen in buitensponningen moeten aan de zij- en bovenkanten met glaslatten worden vastgezet. Aan de onderzijde wordt het paneel bevestigd met een neuslat. De binnenbekleding wordt op het kozijnhout bevestigd.
Sandwichpanelen opgenomen in binnensponningen worden geplaatst als binnenbeglazing. Het sandwichpaneel wordt aan de binnenzijde bevestigd met glaslatten of door middel van de binnendekplaat op het kozijnhout.
Rondom het sandwichpaneel, in de sponning, moet een omtrekspeling van ten minste 4 mm worden aangehouden.
De afdichting rondom moet in principe worden uitgevoerd als bij natte beglazing, maar is afhankelijk van het type buitendekplaat. Indien droge beglazing wordt toegepast, moet het dichtingsmateriaal worden geborgd.
17.3 Thermische isolatie
In bijlage 1 zijn de berekende U-waarden (warmtedoorgangscoëfficiënten) van sandwichpanelen aangegeven, afhankelijk van de λi-waarde en de dikte van het isolatiemateriaal. Als uitgangspunt is aangehouden een bekleding aan beide zijden met een dikte van 1 mm en een λ = 0,17 W/m·K. De werkelijke U-waarde van het toe te passen sandwichpaneel wordt gedeclareerd door de leverancier ervan. Bij de berekening van de waarden is conform NEN 1068 rekening gehouden met de correctiefactor ∝ ± = 0,02 voor de invloed van montage of fabricage omstandigheden (sandwichpanelen worden onder geconditioneerde en beheerste omstandigheden vervaardigd).
De U-waarden (warmtedoorgangscoëfficiënten) van het sandwichpaneel wordt mede gebruikt om de U-waarde van het gevelelement te bepalen, zie katern 26.
De sandwichpanelen moeten op een verantwoorde wijze worden gedetailleerd en geplaatst. Binnen de “normale” breedte (van b.v. 114 mm) van het kozijnhout is dat uitvoerbaar. Zie katern 16.
17.B1 Berekende U-waarden paneel van sandwichpanelen
Berekende U-waarden paneel van sandwichpanelen (Upan) W/(m²·K) bij λi = 0,020 W/(m·K) tot en met λi = 0,040 W/(m·K)
| λi (W/m·K) |
U W/(m²·K) |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| dikte isolatiemateriaal (mm) | ||||||
| 40 | 50 | 60 | 70 | 80 | 90 | |
| 0,020 | 0,47 | 0,38 | 0,32 | 0,28 | 0,24 | 0,22 |
| 0,021 | 0,49 | 0,40 | 0,33 | 0,29 | 0,26 | 0,23 |
| 0,022 | 0,51 | 0,41 | 0,35 | 0,30 | 0,27 | 0,24 |
| 0,023 | 0,53 | 0,43 | 0,36 | 0,32 | 0,28 | 0,25 |
| 0,024 | 0,55 | 0,45 | 0,38 | 0,33 | 0,29 | 0,26 |
| 0,025 | 0,57 | 0,47 | 0,39 | 0,34 | 0,30 | 0,27 |
| 0,026 | 0,59 | 0,48 | 0,41 | 0,35 | 0,31 | 0,28 |
| 0,027 | 0,61 | 0,50 | 0,42 | 0,37 | 0,32 | 0,29 |
| 0,028 | 0,63 | 0,52 | 0,44 | 0,38 | 0,33 | 0,30 |
| 0,029 | 0,65 | 0,53 | 0,45 | 0,39 | 0,35 | 0,31 |
| 0,030 | 0,67 | 0,55 | 0,47 | 0,40 | 0,36 | 0,32 |
| 0,031 | 0,69 | 0,57 | 0,48 | 0,42 | 0,37 | 0,33 |
| 0,032 | 0,71 | 0,58 | 0,49 | 0,43 | 0,38 | 0,34 |
| 0,033 | 0,73 | 0,60 | 0,51 | 0,44 | 0,39 | 0,35 |
| 0,034 | 0,75 | 0,61 | 0,52 | 0,45 | 0,40 | 0,36 |
| 0,035 | 0,77 | 0,63 | 0,54 | 0,47 | 0,41 | 0,37 |
| 0,036 | 0,78 | 0,65 | 0,55 | 0,48 | 0,42 | 0,38 |
| 0,037 | 0,80 | 0,66 | 0,56 | 0,49 | 0,43 | 0,39 |
| 0,038 | 0,82 | 0,68 | 0,58 | 0,50 | 0,44 | 0,40 |
| 0,039 | 0,84 | 0,69 | 0,59 | 0,51 | 0,46 | 0,41 |
| 0,040 | 0,86 | 0,71 | 0,60 | 0,53 | 0,47 | 0,42 |