16.2.7
Dampremmende folie en binnenbekleding

Dampremmende folie
Voor dampremmende folies wordt verwezen naar katern 41.

Binnenbekleding
Om weersinvloeden tijdens de bouwfase en bouwvocht te doorstaan moet de binnenbekleding vochtbestendig zijn. Als binnenbekleding kan MDF/HDF of triplex worden toegepast. De eisen voor MDF/HDF en triplex staan in katern 32.
De stootvastheid en sterkte van binnenbekleding vereisen een dikte van ≥ 10 mm.
De omkanten van de binnenbekleding afdichten conform katern 44. De kopse kanten, die volledig tegen weer en wind zijn beschermd, behoeven niet te worden afgedicht. Eisen voor de oppervlaktebescherming zijn opgenomen in katern 36.
Voor het bevestigen van de binnenbekleding rvs schroeven of nagels gebruiken. De hechtlengte voor schroeven dient ten minste 2 x de plaatdikte te zijn. Voor nagels geldt een minimale hechtlengte van ten minste 2,5 x de plaatdikte. De hart-op-hart afstand van deze bevestigingsmiddelen bedraagt ≤ 600 mm. Bij de omranding geldt een maximale hart-op-hart afstand van 150 mm en een randafstand van ≥ 10 mm en ≤ 25 mm.
Voor het aanbrengen van de binnenbekleding en dampremmende laag onderscheiden we 2 constructiemogelijkheden.

1. Binnenbekleding en dampremmende folie op het kozijn
Hierbij wordt de binnenbekleding en de dampremmende folie op de binnenzijde van het kozijn aangebracht.
Om een dampdichte aansluiting te creëren dient de binnenbekleding en dampremmende folie met een overlap van ≥ 20 mm op het kozijnhout te worden aangebracht. Zie tekeningen 16.01 en 16.02.

2. Binnenbekleding en dampremmende folie in de dag/sponning van het kozijn
Hierbij wordt de binnenbekleding en dampremmende folie in de dag/sponning aangebracht.
Voor een juiste dampdichte aansluiting kan één van de volgende twee oplossingen toegepast worden.

  • De ten minste 4 mm brede ruimte tussen de omkanten van binnenbekleding en kozijnhout dient in de timmerfabriek rondom afgedicht te worden met een dampdicht materiaal (comprimerende banden voor luchtdichting of kit conform katern 40);
  • Binnenplaat en dampremmende laag dienen met een overlap van ≥ 20 mm op het vulhout te worden aangebracht. De overlap van de dichting en de dampremmende laag dient ≥ 10 mm te zijn. De dichting dient nauwkeurig aan te sluiten tegen de achterkant van de dampremmende laag. Dit betekent dat de dichting met enige overmaat dient te worden aangebracht.

Zie tekeningen 16.03 t/m 16.06

Binnenbekleding en luchtdichting
De aansluiting van de binnenbekledingplaat op de regel/vulhoutconstructie moet altijd luchtdicht zijn. Zie tekeningen 16.03 t/m 16.06.

KVT Index