De kozijnverbindingen kunnen op verschillende wijzen worden uitgevoerd:
- dubbele pen- en gatverbinding bij kozijnen;
- deuvelverbinding met ten minste twee deuvels.
Voor de voorbeelden en maatvoering van deze verbindingen wordt verwezen naar de tekeningen 15.02 en 15.03
15.3.1 Voorwaarden dubbele pen- en gatverbinding (tekening 15.02)
Gatbreedte
De gatbreedte dient gelijk of niet meer dan 0,1 mm groter te zijn dan de slisdikte.
Dubbele pen- en gatverbinding
Eén pen dient in de buitensponning, de andere pen dient achter de buitensponning te worden geplaatst.
Maatvoering
Maatvoering pennen (gemeten in het hart van de pen):
- penlengte ≥ 25 mm;
- penbreedte ≥ 25 mm;
- pendikte ≥ 12 mm en ≤ 20 mm.
Bij kruisingen van tussenstijlen en tussendorpels: penlengte ≥ 12,5 mm met een vrije ruimte tussen de pennen van 1 tot 2 mm.
15.3.2 Voorwaarden deuvelverbindingen (tekening 15.03)
Deuvels dienen te voldoen aan de BRL 2908.
Ten behoeve van de deuvelverbinding dient ten minste gebruik te worden gemaakt van:
- twee deuvels ≥ Ø 14 mm;
- één deuvel ≥ Ø 16 mm samen met één deuvel ≥ Ø 12 mm.
Dekking
- Minimale dekking: 8 mm;
Uitzondering: in de dikterichting van het kozijnhout van een tussendorpel mag deze maat 5,5 mm zijn indien de sponning na het aanbrengen van de deuvels wordt gefreesd;
- Maximale dekking: 30 mm;
Uitzondering: in de dikterichting van het kozijnhout is een dekking toegestaan van maximaal 38 mm, mits de diameter van de deuvel > 14 mm.
Afstand tussen deuvels
De afstand tussen de deuvels dient:
- ten minste gelijk te zijn aan de diameter van de (grootste) deuvel;
- kleiner te zijn dan 4 x de diameter van de (grootste) deuvel.
Lengte van deuvels
De hartlijn van de deuvel dient over de volgende lengten in het hout te zijn gebracht:
- in het deel evenwijdig aan de houtvezel: ten minste 35 mm;
- in het deel loodrecht op de houtvezel: ten minste 24 mm;
uitzondering: bij de aansluiting tussen een tussenstijl en een tussendorpel dient de lengte loodrecht op de houtvezel ten minste 20 mm te zijn.
Bij kruisingen dienen, indien de dikte van de doorgaande tussenstijlen of tussendorpels kleiner is dan 85 mm, lange deuvels te worden toegepast die ter plaatse van de tussenstijl of de tussendorpel niet worden onderbroken.
De diepte van een deuvelgat dient ten minste 5 mm meer te zijn dan de lengte van de "opgenomen" deuvel. Het doorboren van de deuvelgaten is niet toegestaan (zie tekening 15.03).
Relatie diameter deuvel en diameter deuvelgat
De diameter van het deuvelgat is afhankelijk van:
- de nominale deuveldiameter met een tolerantie van +/- 0,1 mm;
- de houtsoort:
- bij loofhout moet de nominale diameter van het deuvelgat overeenkomen met de nominale diameter van de deuvel;
- bij naaldhout moet de nominale diameter van het deuvelgat 0,2 mm kleiner zijn dan de nominale diameter van de deuvels;
- voor gemodificeerd hout wordt verwezen naar SKH publicatie 13-02.
15.3.3 Het opsluiten van kozijnverbindingen, type A
Lijmen
Een overzicht van gecertificeerde lijmen voor niet dragende toepassingen is opgenomen in SKH-publicatie 99-10.
De verwerkingscondities van de lijmleverancier met betrekking tot o.a. mengverhouding, potlife, opentijd, persdruk, perstijd etc. dienen te worden gevolgd. De lijm dient op de aansluitvlakken van de verbinding tweezijdig (beide te verbinden delen) te worden aangebracht.
Tijdens het opsluiten dient de lijm alzijdig uit de verbinding te parelen. Lijm die bij het opsluiten uit de verbinding wordt geperst, dient te worden verwijderd voordat deze verhard is. Hierbij moet zo veel mogelijk smet voorkomen worden.
Opsluiten
Verbindingen in kozijnen, type A, dienen te worden opgesloten met een opsluitbank.
Niet meer persdruk toepassen dan noodzakelijk is om de verbindingen te sluiten. Tijdens het opsluiten dient aan alle zijden lijm uit de verbinding geperst te worden.
Borgen van de verbinding
Pen- en gatverbindingen dienen bij het opsluiten te worden geborgd met een stift, zodanig dat tijdens het afbinden van de lijm de verbonden delen niet kunnen verschuiven.
Indien schroeven of draadnagels voor het borgen worden gebruikt, dienen deze bij hardhout te worden voorgeboord. Nieten zijn voor het borgen toegestaan.
De borgmiddelen dienen vanuit de binnenzijde te worden aangebracht.
Materiaal van de borgmiddelen:
- gegalvaniseerd staal bij houtsoorten met weinig agressieve inhoudsstoffen;
- roestvast staal bij houtsoorten met veel agressieve inhoudsstoffen.
Lengte van de borgmiddelen:
- ten minste 2/3 van de houtdikte en
- ten minste een lengte die door alle lijmvlakken van de verbinding heen gaat.