15
Verbindingen

15.1 Algemeen

Verbindingen voor kozijnen, ramen en (hef)schuifdeuren dienen voldoende duurzaam te zijn (dicht te zijn en dicht te blijven met als doel droog te zijn en droog te blijven) en de in de praktijk optredende belastingen kunnen weerstaan. Hiervoor geldt dat:

  • De toegepaste verbindingstechniek voor kozijnverbindingen moet voldoen aan de eisen zoals vermeld in de  BRL 0819. De toegelaten verbindingstechniek staan vermeld in de SKH-Publicatie 99-10;
  • De toegepaste verbindingstechniek voor ramen en (hef)schuifdeuren de moet belasting, als gevolg van het eigengewicht van het raam of (hef)schuifdeur (inclusief het gewicht van het glas) en de op het element optredende windbelastingen, kunnen weerstaan.

Bij verbindingen wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • raam- en (hef)schuifdeurverbindingen
  • kozijnverbindingen type A
  • kozijnverbindingen typen B en C

15.1.1 Relatie toepassingsklasse en verbindingsklasse

De eisen aan de (lijm)verbindingen zijn afhankelijk van de toepassingsklasse. Zie katern 11.2.

15.1.2 Kwaliteitseisen hout

Voor de kwaliteitseisen voor hout wordt verwezen naar  katern 31.

15.2 Raam- en (hef)schuifdeur verbindingen

De volgende verbindingen komen in aanmerking:

  • slisverbindingen (viervlaks-, vijfvlaks-, of zesvlaks lijmverbinding);
  • deuvelverbindingen met deuvels met een diameter van 14 mm.

De borsten van de beweegbare delen bij slis- en deuvelverbindingen mogen aan de zichtzijde zowel horizontaal als verticaal worden uitgevoerd.

15.2.1 Slisverbindingen voor ramen en (hef)schuifdeuren (tekening 15.01)

Slisbreedte
De slisbreedte dient maximaal 0,1 mm groter te zijn dan de slisdikte.

Slissen
De minimale maat voor de buitenste slissen dient ≥ 13 mm (buitenzijde) en ≤ 25 mm (binnenzijde) te zijn. De overige slissen dienen ≥ 8 mm en van gelijke dikte te zijn.

Uitvoering

  • Voor het opsluiten dienen de verschillen in passingen in alle aansluitende vlakken in de dagzijde kleiner te zijn dan:
    - 0,1 mm aan de buitenzijde of buiten de glaslijn en altijd kleiner dan aan de binnenzijde of binnen de glaslijn in het eindproduct;
    - 0,2 mm binnen de glaslijn in het eindproduct.
  • De verbinding dient aan de omkanten zodanig te worden afgewerkt dat geen water kan achter blijven.
  • In het eindproduct is ter plaatse van de verbindingen de tolerantie tussen in één vlak liggende onderdelen (stijl/dorpel) van ramen en (hef)schuifdeuren maximaal 0,2 mm.

15.2.2 Deuvelverbindingen voor ramen en (hef)schuifdeuren (tekening 15.01)

Deuvels dienen te voldoen aan de BRL 2908.
Ten behoeve van de deuvelverbinding dient ten minste gebruik te worden gemaakt van minimaal twee deuvels Ø 14 mm.

Afstand tussen deuvels
De afstand tussen de deuvels dient:

  • ten minste gelijk te zijn aan de diameter van de (grootste) deuvel;
  • kleiner te zijn dan 4 x de diameter van de (grootste) deuvel.

Lengte van deuvels
De hartlijn van de deuvel dient over de volgende lengten in het hout te zijn gebracht:

  • in het deel evenwijdig aan de houtvezel: ten minste 35 mm;
  • in het deel loodrecht op de houtvezel: ten minste 24 mm.

De diepte van een deuvelgat dient ten minste 5 mm meer te zijn dan de lengte van de "opgenomen" deuvel.

Dekking

  • Minimale dekking: 8 mm;
  • Maximale dekking: 30 mm.

Relatie diameter deuvel en diameter deuvelgat
De diameter van het deuvelgat is afhankelijk van:

  • de nominale deuveldiameter met een tolerantie van +/- 0,1 mm;
  • de houtsoort:
    - bij loofhout moet de nominale diameter van het deuvelgat overeenkomen met de nominale diameter van de deuvel;
    - bij naaldhout moet de nominale diameter van het deuvelgat 0,2 mm kleiner zijn dan de nominale diameter van de deuvels.

15.2.3 Opsluiten van verbindingen van ramen en (hef)schuifdeuren

Lijmen
Een overzicht van gecertificeerde lijmen voor niet dragende toepassingen is opgenomen in  SKH-publicatie 99-10.
De verwerkingscondities van de lijmleverancier met betrekking tot o.a. mengverhouding, potlife, opentijd, persdruk, perstijd etc. dienen te worden gevolgd. De lijm dient op de aansluitvlakken van de verbinding tweezijdig (beide te verbinden delen) te worden aangebracht.

Tijdens het opsluiten dient de lijm alzijdig uit de verbinding te parelen. Lijm die bij het opsluiten uit de verbinding wordt geperst, dient te worden verwijderd voordat deze verhard is. Hierbij moet zo veel mogelijk smet voorkomen worden.

Opsluiten

Verbindingen dienen te worden opgesloten met een opsluitbank.
Niet meer persdruk toepassen dan noodzakelijk is om de verbindingen te sluiten. Tijdens het opsluiten dient aan alle zijden lijm uit de verbinding geperst te worden.

Borgen

Slisverbindingen moeten tijdens het opsluiten te worden geborgd met een stift, zodanig dat tijdens de afbindtijd van de lijm de verbonden delen niet kunnen verschuiven.
De borgmiddelen dienen vanuit de binnenzijde te worden aangebracht.

Materiaal van de borgmiddelen:

  • gegalvaniseerd staal bij houtsoorten met weinig agressieve inhoudsstoffen;
  • roestvast staal bij houtsoorten met veel agressieve inhoudsstoffen.

Lengte van de borgmiddelen:

  • ten minste 2/3 van de houtdikte en
  • ten minste een lengte die door alle lijmvlakken van de verbinding heen gaat.

Afklemmen
Slisverbindingen bij ramen en (hef)schuifdeuren moeten loodrecht op het vlak worden geperst, tot de lijm voldoende is verhard. De hiervoor benodigde afbindtijd is afhankelijk van het lijmtype en de verwerkingscondities van de lijmleverancier.

15.3 Kozijnverbindingen type A

De kozijnverbindingen kunnen op verschillende wijzen worden uitgevoerd:

  • dubbele pen- en gatverbinding bij kozijnen;
  • deuvelverbinding met ten minste twee deuvels.

Voor de voorbeelden en maatvoering van deze verbindingen wordt verwezen naar de tekeningen 15.02 en 15.03

15.3.1 Voorwaarden dubbele pen- en gatverbinding (tekening 15.02)

Gatbreedte
De gatbreedte dient gelijk of niet meer dan 0,1 mm groter te zijn dan de slisdikte.

Dubbele pen- en gatverbinding
Eén pen dient in de buitensponning, de andere pen dient achter de buitensponning te worden geplaatst.

Maatvoering
Maatvoering pennen (gemeten in het hart van de pen):

  • penlengte ≥ 25 mm;
  • penbreedte ≥ 25 mm;
  • pendikte ≥ 12 mm en ≤ 20 mm.

Bij kruisingen van tussenstijlen en tussendorpels: penlengte ≥ 12,5 mm met een vrije ruimte tussen de pennen van 1 tot 2 mm.

15.3.2 Voorwaarden deuvelverbindingen (tekening 15.03)

Deuvels dienen te voldoen aan de BRL 2908.

Ten behoeve van de deuvelverbinding dient ten minste gebruik te worden gemaakt van:

  • twee deuvels ≥ Ø 14 mm;
  • één deuvel ≥ Ø 16 mm samen met één deuvel ≥ Ø 12 mm.

Dekking

  • Minimale dekking: 8 mm;
    Uitzondering: in de dikterichting van het kozijnhout van een tussendorpel mag deze maat 5,5 mm zijn indien de sponning na het aanbrengen van de deuvels wordt gefreesd;
  • Maximale dekking: 30 mm;
    Uitzondering: in de dikterichting van het kozijnhout is een dekking toegestaan van maximaal 38 mm, mits de diameter van de deuvel > 14 mm.

Afstand tussen deuvels
De afstand tussen de deuvels dient:

  • ten minste gelijk te zijn aan de diameter van de (grootste) deuvel;
  • kleiner te zijn dan 4 x de diameter van de (grootste) deuvel.

Lengte van deuvels
De hartlijn van de deuvel dient over de volgende lengten in het hout te zijn gebracht:

  • in het deel evenwijdig aan de houtvezel: ten minste 35 mm;
  • in het deel loodrecht op de houtvezel: ten minste 24 mm;
    uitzondering: bij de aansluiting tussen een tussenstijl en een tussendorpel dient de lengte loodrecht op de houtvezel ten minste 20 mm te zijn.

Bij kruisingen dienen, indien de dikte van de doorgaande tussenstijlen of tussendorpels kleiner is dan 85 mm, lange deuvels te worden toegepast die ter plaatse van de tussenstijl of de tussendorpel niet worden onderbroken.

De diepte van een deuvelgat dient ten minste 5 mm meer te zijn dan de lengte van de "opgenomen" deuvel. Het doorboren van de deuvelgaten is niet toegestaan (zie  tekening 15.03).

Relatie diameter deuvel en diameter deuvelgat
De diameter van het deuvelgat is afhankelijk van:

  • de nominale deuveldiameter met een tolerantie van +/- 0,1 mm;
  • de houtsoort:
  • bij loofhout moet de nominale diameter van het deuvelgat overeenkomen met de nominale diameter van de deuvel;
  • bij naaldhout moet de nominale diameter van het deuvelgat 0,2 mm kleiner zijn dan de nominale diameter van de deuvels;
  • voor gemodificeerd hout wordt verwezen naar  SKH publicatie 13-02.

15.3.3 Het opsluiten van kozijnverbindingen, type A

Lijmen
Een overzicht van gecertificeerde lijmen voor niet dragende toepassingen is opgenomen in  SKH-publicatie 99-10.

De verwerkingscondities van de lijmleverancier met betrekking tot o.a. mengverhouding, potlife, opentijd, persdruk, perstijd etc. dienen te worden gevolgd. De lijm dient op de aansluitvlakken van de verbinding tweezijdig (beide te verbinden delen) te worden aangebracht.
Tijdens het opsluiten dient de lijm alzijdig uit de verbinding te parelen. Lijm die bij het opsluiten uit de verbinding wordt geperst, dient te worden verwijderd voordat deze verhard is. Hierbij moet zo veel mogelijk smet voorkomen worden.

Opsluiten
Verbindingen in kozijnen, type A, dienen te worden opgesloten met een opsluitbank.
Niet meer persdruk toepassen dan noodzakelijk is om de verbindingen te sluiten. Tijdens het opsluiten dient aan alle zijden lijm uit de verbinding geperst te worden.

Borgen van de verbinding
Pen- en gatverbindingen dienen bij het opsluiten te worden geborgd met een stift, zodanig dat tijdens het afbinden van de lijm de verbonden delen niet kunnen verschuiven.

Indien schroeven of draadnagels voor het borgen worden gebruikt, dienen deze bij hardhout te worden voorgeboord. Nieten zijn voor het borgen toegestaan.

De borgmiddelen dienen vanuit de binnenzijde te worden aangebracht.

Materiaal van de borgmiddelen:

  • gegalvaniseerd staal bij houtsoorten met weinig agressieve inhoudsstoffen;
  • roestvast staal bij houtsoorten met veel agressieve inhoudsstoffen.

Lengte van de borgmiddelen:

  • ten minste 2/3 van de houtdikte en
  • ten minste een lengte die door alle lijmvlakken van de verbinding heen gaat.

15.4 Kozijnverbindingen typen B en C

Kozijnverbindingen typen B en C moeten voldoen aan de eisen zoals vermeld in de  BRL 0819. De toegelaten verbindingstechniek staat vermeld in SKH-publicatie 99-10. De prestatie wordt uiteindelijk gerealiseerd door de verbindingstechniek en het in de verwerkingsvoorschriften van deze verbindingstechniek opgenomen proces.

Bij verbindingen in toepassingsklasse 4 (verbinding type C) dienen de zijstijlen ter plaatse van de koppelingen, zoals opgenomen in katern 11, aan de onderzijde van het kozijn door te lopen en dient de onderdorpel tussen de stijlen geplaatst te worden. Indien het kozijnen uitgevoerd wordt met een pen- en gatverbinding, dient deze als gesloten pen- en gatverbinding te worden uitgevoerd (geen open slis aan de zijkant in deze extreem belaste situatie).

Bij verbindingen in toepassingsklassen 2 en 3 (verbinding type B) worden geen aanvullende eisen gesteld.

De toleranties van alle aansluitende vlakken (passing verbinding en aansluitingen contramal) dienen in overeenstemming te zijn met de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. De toleranties van de passingen worden in hoge mate bepaald door de verbindingstechniek die wordt gebruikt.

15.4.1 Het opsluiten van kozijnverbindingen, typen B en C

De bij de verbindingstechniek behorende verwerkingsvoorschriften dienen te worden gevolgd. Het al of niet borgen van verbindingen is vastgelegd in de verwerkingsvoorschriften van de leverancier van de verbindingstechniek. Hierin is ook het materiaal van het borgmiddel vermeld.

15.5 Behandeling element na het opsluiten

Direct na het opsluiten van de verbindingen dient het element op een plaats te worden weggezet totdat de verbindingen voldoende sterkte hebben. Dit in overeenstemming met de verwerkingsvoorschriften. Tijdens interne transporthandelingen (opsluittafel, voormontage, spuiterij en afmontage) mogen geen spanningen in de verbindingen optreden.

Verbindingen dienen gesloten te zijn. Ze dienen direct na het ontspannen en regelmatig na het uitharden van de lijm hierop gecontroleerd te worden met een voelmaat van 0,1 mm.

15.6 IKB aanwijzingen

Zie katern 75.

15.01 Slisverbindingen

Download DWG Download PDF

15.02 Plaatsen van pennen en onderlinge afstanden

Download DWG Download PDF

15.03 Plaatsen van deuvels en onderlinge afstanden

Download DWG Download PDF
KVT Index