13.1 Algemeen
De details voor buitensponningen in kozijnhout kunnen per fabrikant verschillend zijn. Om die reden is in de KVT gekozen voor het omschrijven van de minimale afmetingen van de buitensponningen.
De uiteindelijke eigenschappen en prestaties van de constructies worden mede bepaald door combinaties van hang- en sluitwerk, profielen, kierdichting en detaillering. In katern 30 zijn tabellen met maximaal toelaatbare overspanningen voor tussendorpels en tussenstijlen aangegeven.
Kozijnen met buitensponningen zijn bedoeld voor het opnemen van:
- buitenbeglazing (zie katern 12)
- opbouwpanelen (zie katern 16)
- sandwichpanelen (zie 17)
- draaiende delen om verticale en/of horizontale as (zie katern 20)
- deurconstructies (katern 28)
- roosters (zie katern 39)
In de bijlage van katern 18 zijn principedetails van veel voorkomende vakvullingen opgenomen.
13.2 Buitensponningen; sponningbreedte en -hoogte
Alle buitensponningen van onder- en tussendorpels moeten naar buiten afwaterend worden uitgevoerd met een hellingshoek van ten minste 9°. De hellingshoek dient over de gehele lengte van de sponning door te lopen.
We onderscheiden de volgende soorten buitensponningen in stijlen en onderkanten van boven- en tussendorpels:
- sponningen met scharnier- of voorsponning en de boven- en tussendorpels voorzien van een waterhol;
- sponningen zonder scharnier- of voorsponning of waterhol;
zie tekening 13.01.
Voor het plaatsen van isolatieglas moet de sponning in de dagkant van stijlen en onderkanten van boven- en tussendorpels ten minste 17 mm hoog zijn. Voor bovenkanten van onder- en tussendorpels moet deze ten minste 16 mm zijn.
Buiten het vlak van de dichtingsprofielen mogen, bij (tussen)stijlen en onderkanten van boven- en tussendorpels, sponninglatten in combinatie met een waterkering worden aangebracht. Deze zogenaamde “lijmlatten” uitvoeren volgens tekening 13.03. De afwatering bij luchtdichtingen volgens tekening 13.02.
13.3 Dichtingen bij draaiende delen (wind- en waterdichting)
In katern 18 worden o.a. de prestaties van waterdichtheid en luchtdoorlatendheid aangegeven.
In de bewegende delen wordt een rondgaande dichting aangebracht, zie katern 40.
13.4 Hang- en sluitwerk
In de kozijnstijlen kan een scharnier- of voorsponning worden aangebracht. Bij kozijnen met een voorsponning is in de voorsponning plaats gemaakt voor de knoop van het scharnier of paumelle. De breedte en diepte van deze sponning is afhankelijk van het type scharnier of paumelle.
13.5 Waterhol/aluminium druiplijsten
In boven- en tussendorpels dient een waterhol of een gelijkwaardige voorziening aangebracht te worden. Als het waterhol ook als scharnierhol wordt gebruikt, moeten de afmetingen van het waterhol afstemmen worden op het toe te passen scharnier.