Glas- en neuslatten worden bevestigd met nagels of schroeven.
Bij buitenbeglazing zijn de nagels en schroeven van roestvast staal. Bij binnenbeglazing mogen ook bevestigingsmiddelen van gechromatiseerd of thermisch verzinkt staal worden toegepast.
Gaten voor schroeven dienen in de timmerfabriek voorgeboord te worden voordat de glas- en neuslatten worden voorzien van een laksysteem.
Indien op de bouwplaats wordt beglaasd, mogen de glas- en neuslatten tijdens opslag, transport en ruwbouwfase niet op de onder- en tussendorpels zijn aangebracht. Deze verhinderen de afvoer van vocht, regenwater en vuil.
12.5.1 Plaats van bevestigingsmiddelen voor glaslatten
| Bevestigingsmiddel | Minimale dikte | Minimale hechtlengte in het hout * |
Eindafstand | Tussenafstand max. h.o.h. |
| Nagel | 1,8 mm | 21 mm | 50 mm | 150 mm |
| Schroef | 3,5 mm | 15 mm | 50 mm | 200 mm |
* De hechtlengte van het bevestigingsmiddel is de lengte van het deel dat in het kozijn steekt, dus exclusief de dikte van de glaslat. VOORBEELD: Glaslatdikte 17 mm, minimale hechtlengte 21 mm = nagellengte minimaal 38 mm.
12.5.2 Plaats van bevestigingsmiddelen voor neuslatten
| Bevestigingsmiddel | Minimale dikte | Minimale hechtlengte in het hout * |
Eindafstand | Tussenafstand max. h.o.h. |
| Nagel | 1,8 mm | 21 mm | 50 mm | 150 mm |
| Bolkopschroef | 4,0 mm | 20 mm | 50 mm | 300 mm |
* De hechtlengte van het bevestigingsmiddel is de lengte van het deel dat in het kozijn steekt, dus exclusief de dikte van de neusslat. VOORBEELD: Neuslatdikte 17 mm, ventilatieopening 5 mm, minimale hechtlengte 21 mm = nagellengte min. 43 mm.