Om aantoonbaar te kunnen maken dat het laksysteem voldoet aan de daaraan gestelde eisen, zullen de onderstaande controles minimaal geïmplementeerd moeten worden in het interne kwaliteitsbewakingssysteem.
75.5.1 Houdbaarheidsdatum verf
Ongeopende verpakkingen
- De houdbaarheid staat vermeld in het technisch datablad van de verfleverancier
- Het betreft het aantal maanden na productiedatum dan wel de datum waarop de verf op kleur is gemaakt. Deze datum staat vermeld op de verpakking
- De houdbaarheidstermijn kan per verfleverancier verschillen
Geopende verpakkingen
- Opslag van restanten onder de voorgeschreven opslagcondities door de verfleverancier. Deze staan vermeld in de technische documentatie van deze leverancier;
- Opslag van restanten in goed gesloten originele verpakking;
- Restanten mogen geen verontreinigen (houtstof, schuurstof etc.) bevatten;
- Restanten mogen geen spoelwater bevatten van reiniging van de spuitapparatuur;
- Mogen geen restanten bevatten afkomstig van het leegspuiten van de spuitapparatuur;
- Er mag geen sprake zijn van bacteriële besmetting (herkenbaar aan rottende geur).
75.5.2 Controle natte laagdikte
De natte laagdikte dient gemeten te worden met een meetkam (roestvaststalen uitvoering).
- In axiale (lengte) richting van het hout;
- Op 5 willekeurige plaatsen, ten minste;
- 1 meting aan de buitenzichtzijde;
- 1 meting in de glassponning van een stijl bij de onderdorpel
- 1 meting in de glassponning van een onderdorpel. - Meting uitvoeren tussen 1 en 4 minuten na het aanbrengen van de verflaag;
- Minimaal 5 maal verspreid over de dag en bij elke verfwisseling.
75.5.3 Controle droge laagdikte
De droge laagdikte dient gemeten te worden met een apparaat waarin zowel een beiteltje/boortje en een loep zijn gecombineerd of met een coupesteker in combinatie met een microscoop.
- Op 5 verschillende plaatsen, ten minste;
- 1 meting aan de buitenzichtzijde;
- 1 meting in de glassponning van een stijl bij de onderdorpel;
- 1 meting in de glassponning van een onderdorpel. - De meting uitvoeren na de kritische droogtermijn;
- Minimaal 1 maal per week.
Op basis van het rekenkundig gemiddelde van ten minste 5 metingen wordt de droge laagdikte vastgesteld. Bij metingen voor het vaststellen van de droge laagdikte wordt het volgende in acht genomen:
- metingen worden uitgevoerd met een verflaagdiktemater (in twijfelgevallen of bij arbitrage worden monsters microscopisch onderzocht);
- de meetplekken worden willekeurig gekozen, maar de serie van 5 dient overeen te komen met bovenstaande;
- de laagdikte wordt gemeten vanaf het houtoppervlak (zonder de in het hout gedrongen verf).
Voor het vaststellen van de gemiddelde waarden gelden de volgende criteria:
- maximaal 5% van de gemeten waarden mag kleiner zijn dan de vereiste droge laagdikte;
- tot een aantal van 10 metingen (doch minimaal 5 metingen) mag de waarde van de laagste meting niet minder bedragen dan 80% van de vereiste laagdikte.
75.5.4 Controle gesloten verflaag
De gesloten verflaag dient gecontroleerd te worden volgens SKH-publicatie 06-02 met een loep, minimale vergroting 10 maal, met verlichting.
- Minimaal 5 maal per week.
- Extra aandacht voor grofporige houtsoorten.
75.5.5 Controle verfhechting na kritische droging
De verfhechting na kritische droging dient gecontroleerd te worden volgens SKH-publicatie 05-01 met een kruissnede-mal, een mesje en tape.
- Op een separaat monster (plankje) dat met het proces mee loopt.
- Frequentie afhankelijk van aantal geproduceerde kozijnen/ramen per jaar, zie tabel 1.
Tabel 1 Aantal controles van de verfhechting na kritische droging:
| Aantal geproduceerde kozijnen/ramen per jaar | Aantal proeven per jaar |
| ≤ 500 stuks | 2 x (elke 6 maanden) |
| 501 t/m 2500 stuks | 4 x (elke 3 maanden) |
| 2501 t/m 5000 stuks | 8 x (elke 6 of 7 weken) |
| ≥ 5001 stuks | 12 x (elke maand) |
De timmerfabriek noteert hierbij het projectnummer van het werk waarmee het separate monster heeft meegelopen door de spuiterij. Tevens dient het chargenummer van de gebruikte verf geregistreerd te worden.
75.5.6 Handreiking verfterugwinning (kritische zaken)
- Condenswand
De viscositeit van het teruggewonnen product kan lager zijn door opgenomen condenswater waardoor de mengverhouding tussen vers product en teruggewonnen product kritisch is. - Recycling zuil
De zuil mag niet continu afgeschraapt worden om aandrogen van verf te voorkomen. - Recycling band
De band moet altijd draaien en afgerakeld worden. - Flowcoater
De teruglekbak/goot moet enkele malen per dag bevochtigd of schoongemaakt worden zodat de verf niet ingedroogd in de flowcoater terecht komt.
De opgevangen verf dient altijd met verse verf gemengd te worden in samenwerking met de verfleverancier bepaald. Het gebruik van gerecyclede verf is niet toegestaan in de laatste laag op het geveltimmerwerk.