Het gevelelement mag 0,5% van zijn kleinste afmeting (hoogte of breedte) scheluw zijn. Daar waar nodig (bijv. bij gekoppelde kozijnen) moet de toelaatbare scheluwte van tevoren nauwkeuriger wordt vastgesteld. Beweegbare delen mogen eveneens 0,5% van hun kleinste afmeting scheluw zijn (met een maximum van 3 mm).
63.4
Scheluwte