3.3
Termen en definities, betrekking hebbend op hout

De termen en definities welke in Europees verband zijn vastgelegd o.a. in de series NEN-EN 844-1 t/m NEN-EN 844-12 zijn aangepast.

Benaming Definitie
Bladder Een gedeeltelijk losgeraakte groeiring op het dosse vlak
Dark streak Visueel zeer fijn, donker getint lijntje als uitloop vanuit ingegroeide bast/schors van onbepaalde lengte evenwijdig aan de vezelrichting en van onbepaalde breedte, parallel lopend met de groeiringen
Draadverloop Het niet-evenwijdig lopen van de vezelrichting (draad) met de lengte-as van het hout
Waardering van draadverloop:
Zeer gering: draadverloop kleiner dan 1 : 15;
Gering: draadverloop van 1 : 15 tot 1 : 10;
Matig: draadverloop van 1 : 10 tot 1 : 7;
Sterk: draadverloop van 1 : 7 of groter.
Draaigroei Spiraalsgewijs verloop van de in de lengterichting liggende weefsels van een stam
Drukbreuk (de benaming ‘valbreuk’ is onjuist) Een dwars op de vezelrichting verlopende breuk in het hout.
Duurzaamheid (met betrekking tot geveltimmerwerk) De duurzaamheid van houtsoorten voor gevelelementen is de weerstand tegen houtaantastende schimmels die in Nederland in gevelelementen kunnen voorkomen. Het gaat hierbij om schimmels die tot de groepen witrot- en bruinrotschimmels behoren
Egaliseren Het herstellen van kleine, oppervlakkige onvolkomenheden < 12 cm³ in geschaafd of reeds geverfd hout door deze op te vullen met een egalisatiemiddel
Evenwichtsvocht-gehalte Het vochtgehalte waarbij hout geen vocht uit de omgeving opneemt, noch hieraan afgeeft
Gemodificeerd hout Hout dat een behandeling heeft ondergaan waarbij celwandmateriaal op moleculair niveau is veranderd, zodanig dat, afhankelijk van de toegepaste modificatietechnologie, bepaalde eigenschappen van het hout, zoals duurzaamheid en vormstabiliteit worden verbeterd
Gelamineerd hout Houten deel dat bestaat uit meerdere op elkaar gelijmde lagen hout met ongeveer parallel lopende vezels
Geoptimaliseerd hout Het hout door lamineren en/of vingerlassen optimaliseren zodat er geen of onvolkomenheden voorkomen
Gevingerlast hout Stuk hout dat uit twee of meer lengten met dezelfde doorsnede bestaat, waarbij de uiteinden met wigvormige vingers, die in elkaar passen, aan elkaar gelijmd zijn
Groeiringbreedte De breedte van de per groeiperiode gevormde hoeveelheid hout
Harszak Lensvormige opening in het hout waarin hars voorkomt of voorgekomen is
Hart Het primaire weefsel waaromheen de groeiringen zijn gevormd
Houtvochtgehalte Massa van het in het hout aanwezige water, uitgedrukt in een percentage van de massa van het absoluut droge hout
Ingegroeide bast en/of schors Bast en/of schors die gedeeltelijk is opgesloten in het hout
Kernvochtgehalte Het vochtgehalte in het midden van de doorsnede van een stuk hout
Krimpcoëfficiënt Krimp in een opgegeven anatomische richting per puntprocent vermindering in vochtgehalte
Kruisdradigheid Draadverloop in het tangentiale vlak dat in de radiale richting al of niet geleidelijk van richting wisselt
Kwast (noest) Het gedeelte van een tak dat met de stam is vergroeid
Pinholes Boordergang gewoonlijk niet groter dan 2 mm in doorsnede veroorzaakt door nathoutboorder
PHND Pinholes no defect Niet als onvolkomenheid aan te duiden. Handelskwaliteit aanduiding en veel gebruikte term bij o.a. de houtsoort meranti
Randvochtgehalte Vochtgehalte van het hout in het gebied in de houtdoorsnede ter dikte van 1/4 van de totale dikte c.q. breedte van de houtdoorsnede
Repareren Het herstellen van onvolkomenheden in geschaafd hout die niet voldoen aan de omschrijving voor egaliseren (> 12 cm³)
Scheur In de vezelrichting lopende verbreking tussen de vezels
Schimmel(aantasting) Schimmelgroei met een wollig of poederachtig aanzien, dat kan ontstaan op het oppervlak van hout in een vochtig klimaat, te onderscheiden in twee hoofdgroepen, blauwverkleuring en bruine tot rode verkleuring
Spint Het buitenste deel van het hout dat, in de staande boom, levende cellen bevat en waarin zich de sapstroom beweegt
Vezelverzadigingspunt Toestand van een stuk hout waarbij de celwanden met water zijn verzadigd, maar waarbij in de celholten geen water aanwezig is
Volumieke massa De verhouding van de massa tot het volume, beide gemeten bij eenzelfde op te geven vochtgehalte. Voor de meeste houtsoorten kan als vuistregel worden aangenomen dat per 4% vochtverschil de volumieke massa met 10 kg/m³ kan toenemen of afnemen
Vulmiddel Middel bedoeld voor egaliseren, injecteren of repareren
Wan Deel van het stamoppervlak, met of zonder schors, op één zijde of hoek van gekantrecht hout.
KVT Index