28.4.1 Keuze van het sluitwerk
Bij de keuze van het sluitwerk moet rekening worden gehouden met het krimp- en zwelgedrag van deuren. De invloed hiervan is zeker bij dubbele deuren niet te verwaarlozen.
28.4.2 Positioneren sluitwerk
Voor standaardsituaties wordt per draaiend deel ten minste één sluitpunt toegepast. Het exacte aantal sluitpunten wordt bepaald door het bepalen van de prestaties luchtdoorlatendheid, waterdichtheid en inbraakwerendheid. Voor inbraakwerendheid, zie SKH-publicatie 98-08.
28.4.3 Inkrozen sluitwerk
Voor plaatsbepaling krukgat (tenzij anders overeengekomen) wordt verwezen naar tekening 28.03.
De maximale toleranties, t.o.v. de maatvoeringstekeningen van het sluitwerk (slotkast(en)), voor de infrezingen in deuren bedragen in de breedte en diepte van de infrezing + 2,5 mm; voor de hoogte + 5 mm. De maximale maattolerantie in de breedte en hoogte van de infrezing voor de voorplaat van het sluitwerk in de deur bedragen 0 tot +0,5 mm t.o.v. van het te monteren sluitwerk. De maximale toleranties, t.o.v. de maatvoeringstekeningen van het sluitwerk, voor de infrezingen in kozijnen bedragen in de breedte, hoogte en diepte van de infrezing + 1 mm.
28.4.4 Arms maken sluitzijde
Deuren moeten aan de sluitzijde worden arm geschaafd naar de aanslagzijde. De schaafhoek moet 3° ± 0,5° zijn vanaf een deurbreedte van 600 mm, voor smallere deuren is de schaafhoek 4,5° ± 0,5°.
28.4.5 Positioneren sluitwerk in de deur t.o.v. het kozijn
Om er voor te zorgen dat het sluit in de deur en het kozijn op de juiste plaats wordt gepositioneerd, zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de benamingen van bepaalde maten. Deze zijn weergegeven in tekening 28.04.
28.4.6 Bevestigingswijze van sluitwerk
De diameter en de lengte van de schroeven voor het sluitwerk zijn zowel gerelateerd aan het sluitwerk als aan SKH publicatie 98-08 (Inbraakwerend geveltimmerwerk).