28.3.1 Aantal en plaats scharnieren
Deuren dienen ten minste te worden afgehangen aan 2 scharnieren. In verband met de vormstabiliteit van de deuren dient aan de hangzijde een extra voorziening te worden aangebracht, bijvoorbeeld een extra scharnier. Plaatsbepaling van de scharnieren overeenkomstig tekening 28.01.
De afstand, gemeten loodrecht op het vlak tussen de bevestigingspunten van het scharnier en het vlak van het zwaartepunt van de (glas)vulling van deur, mag niet groter zijn dan 20 mm. Als de voorschriften of richtlijnen van de leverancier strenger zijn, dienen deze te worden toegepast.
Voor scharnieren kan ook paumelles gelezen worden.
28.3.2 Toelaatbare gewicht van deuren
Door de fabrikanten/leveranciers van scharnieren wordt het maximaal toelaatbare gewicht van de deur opgegeven bij toepassing van de door hen geleverde scharnieren. Hierbij gaat men uit van de standaard deurafmeting van 930 mm breed x 2325 mm hoog, afgehangen aan twee scharnieren.
Op bovengenoemd uitgangspunt zijn de onderstaande aanvullende voorwaarden van toepassing:
- indien een derde scharnier wordt toegepast onder het eerste scharnier (plaatsbepaling zie tekening 28.01) mag het gewicht van de deur met 27 % vermeerderd worden;
Voorbeeld: Is het maximaal toelaatbare gewicht bij 2 scharnieren 100 kg, dan is het maximaal toelaatbare gewicht bij toepassing van een derde scharnier 127 kg.
- indien een deurdranger wordt toegepast dient het gewicht van de deur 37% zwaarder te worden ingeschaald;
Voorbeeld: Weegt een deur 100 kg en moet er een deurdranger worden toegepast, dan dient men uit te gaan van een deurgewicht van 137 kg.
- indien een deurdranger met rem/demping wordt toegepast dient het gewicht van de deur 100% zwaarder te worden ingeschaald;
Voorbeeld: Weegt een deur 100 kg en moet een deurdranger met rem/demping worden toegepast, dan dient men uit te gaan van een deurgewicht van 200 kg.
- indien een vloerstopper op minder dan 60% van de deurbreedte wordt toegepast dient het gewicht van de deur 100% zwaarder te worden ingeschaald;
Voorbeeld: Weegt een deur 100 kg en moet een vloerstopper deurdranger met rem/demping worden toegepast, dan dient men uit te gaan van een deurgewicht van 200 kg.
- indien de deur breder wordt dan 930 mm, dient per 10 mm extra deurbreedte het gewicht 1,5 % zwaarder te worden ingeschaald;
Voorbeeld: Weegt een deur 100 kg en is deze deur 980 mm breed, dan dient men uit te gaan van een deurgewicht van 107,5 kg.
28.3.3 Positioneren scharnieren in de deur t.o.v. het kozijn
Om er voor te zorgen dat het hangwerk in de deur en het kozijn op de juiste plaats wordt gepositioneerd, zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de benamingen van bepaalde maten. Deze zijn weergegeven in tekening 28.02.
28.3.4 Inkrozingen van de scharnieren
Het vlak van de inkrozingen in de deur dient evenwijdig te zijn aan het vlak van de hangzijde van de deur. Hierbij wordt uitgegaan van een haakse omfrezing van de hangzijde van de deur. Indien de deur aan de hangzijde arms uitgevoerd wordt, moeten de inkrozingen aangepast worden om te kunnen voldoen aan de hangnaden zoals opgenomen in tabel 28.1.
De maximale maattolerantie in de breedte en hoogte van de infrezing in het kozijn en deur bedragen 0 tot +0,5 mm t.o.v. van het te monteren scharnierblad.
Bij de diepte van de inkrozing in de deur en het kozijn dient rekening gehouden te worden met het bleddikte van scharnier. Het scharnierbled mag maximaal 0,5 mm onder het oppervlak geplaats worden.
28.3.5 Bevestigingswijze van de scharnieren
De scharnieren dienen onderling in één lijn te worden geplaatst en te worden bevestigd met schroeven. Voor de schroeven zie katern 37. De afstand van het hart van de bevestigingsmiddelen tot de rand van het hout dient ten minste 8 mm te zijn. De diameter en de lengte van de schroeven is zowel gerelateerd aan het aantal scharnieren als aan SKH publicatie 98-08 (Inbraakwerend geveltimmerwerk).