12.12
Water- en luchtdichting bij binnenbeglazing (hieldichting) (zie tekening 12.03,12.05 en 12.08)

12.12.1 Hieldichting

Om te voorkomen dat bij binnenbeglazing van houten kozijnen, ramen en (hef)schuifdeuren vocht onder de glaslat door naar binnen komt, dient bij beglazing van binnenuit, in alle situaties, een gedeeltelijke of gehele hieldichting te worden aangebracht.

Hieldichting is een kitril die aangebracht moet worden achter het binnenste glasblad van de isolerende beglazing.

Bij een plaatsingshoogte:

  • tot en met 45 m behoort de hieldichting te worden aangebracht over de gehele onderzijde en tot een hoogte van 200 mm in de stijlen;
  • boven de 45 m behoort de hieldichting rondom de gehele ruit aangebracht te worden.

Alleen bij een volledige rondgaande hieldichting is er ook sprake van een luchtdichting
.
Opmerking:
Het materiaal van de hieldichting met de (butyl)kit van de spouw/isolatieglas dienen met elkaar verenigbaar te zijn. Daarnaast kan het probleem van verdraagzaamheid zich voordoen bij een direct contact tussen beglazingskit en gelaagd glas.

12.12.2 Luchtdichting

Opties voor het aanbrengen van een luchtdichting:

  1. rondgaande hieldichting;
  2. kit in de kitsponning in de glaslat (zie  tekening 12.03);
  3. compressieband in een verdekte sponning in het midden van de glaslat (zie  tekening 12.03).

Er dient in de praktijk op te worden gelet dat, bij dichtingen in de glaslatten (optie 2 en 3), deze ook in de hoeken (verstek/stuik) doorlopen. Anders ontstaan er luchtlekken ter plaatse van de hoeken.

Opmerking:
Het materiaal van de luchtdichting met de (butyl)kit van de spouw/isolatieglas dienen met elkaar verenigbaar te zijn. Daarnaast kan het probleem van verdraagzaamheid zich voordoen bij een direct contact tussen beglazingskit en gelaagd glas.

KVT Index