Door luchtdrukverschillen tussen spouw en woonruimte en tussen de buitenzijde en woonruimte kunnen luchtstromen ontstaan. Om dit te voorkomen moeten de aansluitingen aan de binnenzijde worden voorzien van een rondgaande luchtdichting. Deze dichting moet ononderbroken worden aangebracht in één vlak. Mocht dit bouwtechnisch niet mogelijk zijn, dan kan de dichting doorgaand, ononderbroken en verspringend worden geplaatst.
Er dient een luchtdichting te worden aangebracht in de aansluiting van de spouwlat of het stelkozijnen en de bouwkundige aansluiting.
Opmerking:
Indien de bestaande vensterbank gehandhaafd wordt dan extra aandacht besteden aan onbedoelde luchtlekken.
De minimale ruimte voor de luchtdichting wordt bepaald door:
- de minimaal aan te houden speling tussen renovatiekozijn en de spouwlat / het stelkozijn
- maatverschillen in de gevelopeningen binnen het project;
- de toe te passen bevestigingssysteem.
11.9.6.1 Toe te passen materialen
Materialen voor luchtdichtingen moeten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in katern 40.