11.9
Renovatiekozijnen, uitgangspunten

11.9.1 Algemeen

In dit katern is een aantal uitgangspunten uitgewerkt voor renovatiekozijnen en de daarbij behorende bouwkundige aansluitingen welke in geval van vervanging/verbetering van kozijnen kunnen worden toegepast.

Ten aanzien van de aansluiting aan de omliggende constructie komen zowel oplossingen voor waarbij de “oude” kozijnen in het geheel zijn/worden verwijderd, dan wel dat deze in meer of mindere mate gehandhaafd blijven.

Renovatie/vervanging van gevelelementen gaat vaak gepaard met een gewenste verbetering van prestaties zoals, inbraak-, geluid-, brandwerendheid, warmtedoorgangscoëfficiënt etc. Oplossingen zijn opgenomen in de KVT.

Deelvervanging (onderdelen van kozijnen of alleen bewegende delen) valt niet onder dit katern. Hiervoor kunnen wel, voor zover de situatie het toelaat, de omschrijvingen materialen en halfproducten en voorwaarden voor de samenstelling, zoals opgenomen in de KVT, gevolgd worden.
Indien alleen bewegende delen vervangen worden, dienen de bewegende delen en het afhangen van deze delen te voldoen aan de eisen die hieraan gesteld worden in de diverse katernen.

11.9.2 Regelgeving

Voor de renovatie geldt er, ten opzichte van nieuwbouw, een afwijkende regelgeving. De regelgeving heeft betrekking op het Bouwbesluit en op de mogelijke aanwezigheid van asbest.

11.9.2.1 Bouwbesluit

In het Bouwbesluit 2012 staat in (H1-§1.4) artikel 1.12 “Verbouw” vermeld:

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 5 de voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven.

De definitie van “rechtens verkregen niveau” volgens Bouwbesluit 2012 luidt:

“Onder ‘rechtens verkregen niveau’ wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan het niveau dat het gevolg is van de toepassing op enig moment van de relevante op dat moment van toepassing zijnde technische voorschriften en dat niet lager ligt dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk (het absolute minimumniveau uit de Woningwet) en niet hoger dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een te bouwen bouwwerk (het nieuwbouwniveau).”

Achtergrond van deze definitie is dat verbouwingen in de regel niet mogen leiden tot een lager kwaliteitsniveau dan het feitelijke kwaliteitsniveau dat een bouwwerk heeft.

In het bestek en/of door de opdrachtgever kunnen aanvullende (hogere) prestatie-eisen gevraagd worden.

11.9.2.2 Asbest

Bij sloopwerkzaamheden voor het aanbrengen van renovatiekozijnen kan men asbest tegenkomen. Om risico’s te vermijden dient men voor het slopen van de bestaande kozijnen eerst op asbest te inventariseren. Voor meer informatie rondom asbest, zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asbest) en https://www.infomil.nl/onderwerpen/asbest/asbest-in-panden/asbestwegwijzer

11.9.3 Uitgangspunten

Standaarddetails voor renovatiekozijnen zijn in deze bijlage niet opgenomen vanwege de grote diversiteit. Wel zijn er een aantal principes opgenomen.
De dagzijden van de renovatiekozijnen kunnen overeenkomstig de KVT uitgevoerd worden, de omkanten zullen elke keer anders zijn. Er zijn uitgangspunten uitgewerkt:

  1. bouwkundige aansluitingen
  2. buitenzijde (waterdichting)
  3. binnenzijde (luchtdichting)

Met deze drie uitgangspunten is het mogelijk om voor elke voorkomende situatie een passende oplossing uit te werken. Voor de details aan de dagzijde wordt uitgegaan van in de KVT omschreven details uit katern 13, 14 en 24

11.9.3.1 Bouwkundige aansluitingen

Omdat elke situatie uniek is, zal beoordeeld moeten worden op welke wijze renovatiekozijnen verankerd kunnen worden aan het bouwkundig kader. In de regel worden renovatiekozijnen van buitenaf geplaatst en bevestigd tegen een binnenblad. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij dit niet mogelijk is. In deze gevallen zal gezocht moeten worden naar alternatieve oplossingen.
Uitzonderingen kunnen zijn:

  • blindkozijnen, waarbij kozijnen toch van binnenuit geplaatst moeten worden; (tekening 11.B3.02);
  • situaties waarbij het binnenspouwblad dusdanig poreus is dat het verankeren hier tegen niet verantwoord is. In dat geval zal er aan het buitenspouwblad verankerd moeten worden.

11.9.3.1.1 Geheel vervangen kozijnen

Bij het geheel vervangen van bestaande kozijnen wordt een nieuwe aansluiting gemaakt tussen het nieuwe renovatiekozijn en het bouwkundig kader. De belastingen op de kozijnen moeten via een nieuwe constructie naar het bouwkundig kader worden overgebracht.
Gangbare oplossingen zijn:

  1. Spouwlat/stelkozijn vast maken aan het binnenspouwblad conform, tekening 11.B4.01;
  2. Spouwlat/stelkozijn klemmen tussen binnen- en buitenspouwblad (vastzetten met keggen en afpurren) (tekening 11.B4.02);
  3. Spouwlat/stelkozijn bevestigen aan het buitenblad ven een éénsteens muur (tekening 11.B4.03);
  4. Spouwlat/stelkozijn met triplex strook (minimaal 15 mm dik) in de dagkant van spouwlat/stelkozijn tegen het binnenblad bevestigen (lastig bij naar binnendraaiende opdekramen of taatsbeslag i.v.m. nekken van de ramen tegen de binnenmuur) (tekening 11.B4.04);
  5. Kozijn met een strook triplex van 15 mm dik bevestigen aan het binnenspouwblad (tekening 11.B4.05);
  6. Bevestigen door middel van speciale bouten aan het buitenspouwblad. Vanuit de sponning van het kozijn vast zetten;
  7. Geen spouw. Bevestigen aan een éénsteens muur met een strook triplex van 15 mm dik (tekening 11.B4.06).

Minimale afmetingen van de spouwlatten/stelkozijnen overeenkomst paragraaf 11.6.3.
De positie bevestigingsmiddelen/ankers overeenkomstig paragraaf 11.6.5.

11.9.3.1.2 Gebruik maken van bestaande spouwlatten/delen van het oude kozijn

Indien gebruikt wordt gemaakt van de bestaande spouwlatten of delen van het oude kozijn, worden deze spouwlatten of een deel van het oude kozijn gebruikt als overgangselement tussen het nieuwe kozijn en het bouwkundig kader. De belastingen op het renovatiekozijn moeten via de bestaande spouwlat naar het bouwkundig kader worden overgebracht.

11.9.3.1.3 Bevestigen kozijnen aan spouwlat/stelkozijn

Renovatiekozijnen worden meestal iets verder naar buiten geplaatst dan de oorspronkelijk kozijnen (kleinere negge) om verfsmet in de negge weg te kunnen werken.

11.9.3.1.4 Aan te houden speling (voegbreedte)

Bij renovatiekozijnen kunnen spouwlatten of stelkozijnen worden toegepast als overgangselement tussen kozijn en het bouwkundig kader. De aansluiting van de renovatiekozijnen op de spouwlat/stelkozijn dient aan elkaar te zijn aangepast. Bij de ontmoeting tussen renovatiekozijnen en spouwlat/stelkozijn mogen geen capillaire naden voorkomen.

Bij de montage van renovatiekozijnen aan een spouwlat/stelkozijn dient er speling/stelruimte aan gehouden te worden. De minimale speling/stelruimte hiervoor is mede afhankelijk van:

  • maatverschillen in de gevelopeningen binnen het project;
  • de toe te passen bevestigingsmiddelen om het kozijn aan spouwlat/stelkozijn te bevestigen;
  • de toe te passen waterdichting;
  • de toe te passen luchtdichting.

11.9.3.1.5 Bevestigingsmiddelen/-systemen

De bevestiging van het renovatiekozijn aan de spouwlat of het stelkozijn dient uitgevoerd te worden met bevestigingsmiddelen of een bevestigingssysteem. Voor de toe te passen materialen, zie katern 37. Bij de bevestiging van de kozijnen moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat er koudebruggen ontstaan en dat bij het bevestigen dat kozijnonderdelen vervormen als gevolg van het aantrekken van de verbindingsmiddelen. Dit kan voorkomen worden door ter plaatse van het bevestigingsmiddel een ondersteuning aan te brengen tussen renovatiekozijn en de spouwlat of het stelkozijn.

Een aantal gangbare bevestigingsmiddelen/-systemen zijn o.a.:

  • schroeven;
  • ankers in verschillende uitvoeringen.

11.9.3.1.6 Plaats van de bevestigingsmiddelen

De plaats van de bevestiging van de renovatiekozijnen op de spouwlat of het stelkozijn is afhankelijk van de detaillering (glas, draaiend deel e.d.). Bevestigingsmiddelen mogen in de sponning, in de dagkant van het kozijn geplaatst worden.

Renovatiekozijnen per stijl/dorpel op ten minste twee plaatsen aan het stelkozijn bevestigen.
De plaatsen van de ankers of schroeven conform paragraaf 11.6.5. De bevestigingsmethoden uitvoeren volgens de verwerkingsvoorschriften van de leverancier.

De laag reliëfdorpels van renovatiekozijnen dienen met behulp van bevestigingsmiddelen/bevestigingsmethoden aan het bouwkundig kader verankerd te worden. Om doorbuiging te voorkomen moeten onderdorpels ondersteund worden volgens voorschrift leverancier laag reliëfdorpels.

11.9.4 Aansluitingen renovatiekozijnen aan het bouwkundig kader

Afhankelijk van de situatie kan er gekozen worden voor kozijnen met een vlakke omkantdetaillering of een omkantdeltaillering met een aanslag.

11.9.4.1 Omkantdetaillering vlak

Bij vlakke omkanten aan renovatiekozijnen komt de waterdichting tussen het renovatiekozijn en het buitenspouwblad. De minimale en maximale speling tussen het renovatiekozijn en het buitenspouwblad wordt bepaald door het bereik van de toe te passen waterdichting.

11.9.4.2 Omkantdetaillering met aanslag

Bij renovatiekozijnen met een aanslag aan de omkant komt de waterdichting tussen het renovatiekozijn en de spouwlat of het stelkozijn. De speling tussen het renovatiekozijn en de spouwlat of het stelkozijn wordt bepaald door het bereik van de toe te passen waterdichting.

De hoogte van de aanslag is afhankelijk van:

  • een minimale opleg op de spouwlat of het stelkozijn van 8 mm
  • de minimaal aan te houden speling tussen renovatiekozijn en de spouwlat of het stelkozijn, zijnde
  • maatverschillen in de gevelopeningen binnen het project, maximaal 5 mm;
  • de toe te passen bevestigingsmethode.

De breedte van de aanslag bedraagt minimaal 13 mm.

11.9.5 Waterkering

11.9.5.1 Bovenaansluitingen

De bovenzijde van de renovatiekozijnen en de spouwlat of het stelkozijn moet beschermd worden tegen water dat in de spouw terecht komt. Indien de kwaliteit van de bestaande waterdichte laag het toelaat, kan deze gehandhaafd worden.

Bij renovatiekozijnen met een vlakke omkant kan de waterkerende laag eventueel aan de bovenzijde van het kozijn bevestigd worden. De waterkerende laag dient aan de buitenzijde van het kozijn tot 10- 15 mm over de voorkant van de bovendorpel door te lopen.

Bij renovatiekozijnen met een aanslag kan de waterkerende laag eventueel aan de spouwlat of / het stelkozijn bevestigd worden.

Indien de bestaande waterkerende laag niet gehandhaafd kan worden moet er een nieuwe waterdichte laag aangebracht worden.

11.9.5.2 Onderaansluitingen

11.9.5.2.1 Deurkozijnen

Laag reliëfdorpels worden vaak passend gemaakt voor de situatie waarin zij toegepast moeten worden. Laag reliëfdorpels moeten aan het bouwkundig kader bevestigd worden volgens de verwerkingsvoorschriften van de leverancier. Er zijn verschillende methoden zoals b.v.:

  • ankers in verschillende uitvoeringen;
  • door de dorpel heen schroeven;
  • onderkauwen met lijmende specie (natuursteen).

11.9.5.2.2 Overige kozijnen

Bij aansluitingen met raamdorpelstenen, natuur-, kunststenen dorpels, betonnen raamdorpels en aluminium- of roestvaststalen waterslagen, is het in alle situaties noodzakelijk de voorgeschreven vrije tussenruimte van ≥ 15 mm te waarborgen. Zie paragraaf 11.7.2.2 punt b. Hiervoor dienen voorzieningen getroffen te worden.

11.9.5.3 Zijaansluiting

11.9.5.3.1 Kozijnen met vlakke omkanten

De minimale speling tussen het renovatiekozijn en het buitenspouwblad wordt bepaald door het toe te passen materiaal voor de waterdichting. De ruimte tussen het renovatiekozijn en het buitenspouwblad mag maximaal 15 mm bedragen. Voor goede oplossingen wordt verwezen naar de technische documentatie van de leverancier van het waterkerende materiaal.

11.9.5.3.2 Kozijnen met een aanslag als omkant

De speling tussen het renovatiekozijn en de spouwlat of het stelkozijn wordt bepaald door het werkingsgebied van het toe te passen materiaal voor de waterdichting. De minimale ruimte tussen de aanslag en het buitenspouwblad bedraagt 8 mm. Voor oplossingen wordt verwezen naar de technische documentatie van de leverancier van het waterkerende materiaal.

De afdichting bij de stijlen tussen het kozijn en het buitenblad kan worden uitgevoerd met een afdichtingsprofiel (zie tekening 11.B4.05).

11.9.5.4 Toe te passen materialen

Materialen voor waterkeringen moeten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in katern 40.

11.9.6 Aansluitingen binnenzijde (luchtdichting)

Door luchtdrukverschillen tussen spouw en woonruimte en tussen de buitenzijde en woonruimte kunnen luchtstromen ontstaan. Om dit te voorkomen moeten de aansluitingen aan de binnenzijde worden voorzien van een rondgaande luchtdichting. Deze dichting moet ononderbroken worden aangebracht in één vlak. Mocht dit bouwtechnisch niet mogelijk zijn, dan kan de dichting doorgaand, ononderbroken en verspringend worden geplaatst.

Er dient een luchtdichting te worden aangebracht in de aansluiting van de spouwlat of het stelkozijnen en de bouwkundige aansluiting.

Opmerking:
Indien de bestaande vensterbank gehandhaafd wordt dan extra aandacht besteden aan onbedoelde luchtlekken.

De minimale ruimte voor de luchtdichting wordt bepaald door:

  • de minimaal aan te houden speling tussen renovatiekozijn en de spouwlat / het stelkozijn
  • maatverschillen in de gevelopeningen binnen het project;
  • de toe te passen bevestigingssysteem.

11.9.6.1 Toe te passen materialen

Materialen voor luchtdichtingen moeten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in  katern 40.

11.9.7 Minimale houtafmetingen renovatiekozijnen

De minimale houtafmetingen voor renovatiekozijnen worden bepaald door:

  • de toe te passen BRL 0819 “Verbindingstechnieken in houten gevelelementen”;
  • schroeflengten bij inbraakwerende gevelelementen, zie SKH-publicatie 98-08;
  • maximale overspanningen tussenstijlen- en/of tussendorpels;
  • maximale afmetingen beweegbare delen.

11.9.8 Houtkwaliteit spouwlatten en stelkozijnen

De kwaliteit voor spouwlatten en stelkozijnen moeten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in  katern 31.

KVT Index