11.7
Dichtingen, lucht en water

11.7.1 Luchtdichting bij de aansluiting op het bouwkundig kader

Door luchtdrukverschillen tussen spouw en woonruimte kunnen luchtstromen ontstaan. Om dit te voorkomen moet de aansluiting van kozijn/spouwlat met het bouwkundig kader (warme zijde) worden voorzien van een rondgaande luchtdichting. Deze dichting moet ononderbroken, in één vlak, worden aangebracht. Mocht dit bouwtechnisch niet mogelijk zijn, dan kan de dichting doorgaand, ononderbroken en verspringend worden geplaatst. Voor de luchtdichting dient ruimte gehouden te worden. Deze ruimte moet zijn afgestemd op het toe te passen materiaal en de te verwachten vervormingen. Zie katern 40.

11.7.2 Waterdichting

11.7.2.1 Algemeen

Voor het realiseren van de waterdichting bij de aansluitingen dient gebruik te worden gemaakt van waterdichte/waterwerende lagen. Overlappingen dienen “dakpansgewijs” (zie tekening) uitgevoerd te worden. Op de kruisingen van dorpels met stijlen dient het toegepaste materiaal minimaal de breedtemaat elkaar te overlappen.
Dit dakpansgewijs overlappen geldt ook bij ronde en onder willekeurige hoeken opgebouwde kozijnen.

Tekening: dakpansgewijs overlappen van waterdichte/waterwerende lagen

11.7.2.2 Aanbrengen en uitvoering van de waterdichtingen

a. Bovenaansluiting
De bovenzijde van de spouwlat/stelkozijn en de bovendorpel van het kozijn moet beschermd worden tegen water dat in de spouw terecht is gekomen. Hiervoor zijn verschillende oplossingen.
Bij het toepassen van materialen ( b.v. vinylslabben) bij lateidetailleringen dient eventueel in de spouw terecht gekomen water naar buiten afgevoerd te worden. De waterdichte laag dient minimaal 150 mm hoog tegen het binnenblad bevestigd worden. Het verticale deel van de waterdichte laag buiten de gevelvulling dient ten minste 15 mm hoog (afgedekte deel voorkant bovendorpel) te zijn. De waterdichte laag moet het eventueel onderliggende kozijn aan weerskanten ten minste 100 mm overlappen en tenminste 20 mm worden opgezet. In alle gevallen dient voorkomen te worden dat er water op de bovendorpel kan blijven staan. Tekening 11.6-2.svg

b. Onderaansluiting
Als aan de onderzijde van een kozijn een waterslag (raamdorpelstenen, kunst/natuursteen e.a. ) wordt toegepast, moet in de spouw een waterwerende laag worden opgenomen van ten minste 100 mm hoog. De afstand tussen de waterwerende laag en het isolatie materiaal is 5 – 10 mm (ter voorkoming van vochtdoorslag). De waterwerende laag moet het bovenliggende kozijn aan weerszijden ten minste 100 mm overlappen, zodat de laag door de bovenliggende waterwerende lagen van de zijaansluitingen is afgedekt (zie tekening dakpansgewijs overlappen). Kozijnen met laag reliëfdorpels en andere kozijnen op peil geplaatst verdienen extra aandacht met betrekking tot waterdoorslag in extreme situaties.

Opmerking:
Bij de aansluiting van onderdorpels met raamdorpelstenen (natuur-, kunststenen dorpels, betonnen raamdorpels en aluminium- of roestvaststalen waterslagen) moet een vrije tussenruimte van minimaal 5 mm aangehouden worden.
Hiervoor kunnen voorzieningen getroffen worden door b.v. raamdorpel stelblokjes in de timmerfabriek aan te brengen, (zie tekening). Door de timmerfabrikant vast te leggen in de verwerkingsvoorschriften.   Tekening 11.6-3.svg

c. Zijaansluiting
In de zijaansluiting moet in de spouw een waterwerende laag worden opgenomen van ten minste 80 mm breed. Deze waterwerende laag moet de waterwerende laag aan de onderzijde van het kozijn ten minste 50 mm te overlappen.
Tekening 11.6-4.svg

d. Aansluitingen bij ronde kozijnen (zie tekening 11.B3.03)
Het deel van een rond kozijn dat aan de bovenzijde moet worden voorzien van een waterdichte laag, is dat deel van de ronding waarvan de raakhoek met de horizontaal ≤ 30º is. De plaats van die raakhoek kan worden bepaald door ten opzichte van de verticale middellijn een lijn te trekken door het middelpunt onder een hoek ≥ 30º.
Aansluitend op de waterdichte laag aan de bovenzijde dient een waterwerende laag te worden aangebracht. De breedte van deze laag dient ten minste 100 mm te zijn. De waterdichte laag aan de bovenzijde dient de onderliggende waterwerende laag ten minste 100 mm te overlappen.
Aan de onderzijde moet in de spouw een waterwerende laag worden aangebracht onder het deel van de ronding waarvan de raakhoek met de horizontaal ≤ 30º is. Om vervuiling te voorkomen wordt aangeraden om het betreffende deel van het kozijn aan te sluiten op een niet wateropnemend materiaal (bijvoorbeeld hardsteen). Hierbij dient voorkomen te worden dat een capillaire naad ontstaat, bijvoorbeeld door de onderzijde van het kozijnhout 5-10 mm vrij te houden van de ondergrond. Tekening 11.6-5.svg

KVT Index